Hoofdstuk 3 Obn

29 Questions | Total Attempts: 309

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Hoofdstuk 3 Obn

Hoofdstuk 3 OBN


Questions and Answers
  • 1. 
    In welke container of OU komt een server in AD voor als u op die server AD heeft geïnstalleerd? 
    • A. 

      Builtin.

    • B. 

      Computers.

    • C. 

      Domain Controllers.

    • D. 

      Users.

  • 2. 
    Met welk programma de-installeert u AD op een DC? 
    • A. 

      ADINSTALL.EXE

    • B. 

      DCPROMO.EXE

    • C. 

      ADSETUP.EXE

    • D. 

      WINNT32.EXE

  • 3. 
    Op welk type server bevat het menu Administrative Tools opties om AD te bewerken? 
    • A. 

      Standalone server.

    • B. 

      Member server.

    • C. 

      Domain Controller.

    • D. 

      Geen van de hier genoemden.

  • 4. 
    U heeft een forest bestaande uit twee trees.   Wat kunt u zeggen over de trees en het forest? 
    • A. 

      Zowel in de trees als in het forest vormen de domeinnamen een Contiguous namespace.

    • B. 

      In de trees vormen de domeinnamen een Contiguous namespace; in het forest niet.

    • C. 

      In de trees vormen de domeinnamen geen Contiguous namespace; in het forest wel.

    • D. 

      Zowel in de trees als in het forest vormen de domeinnamen geen Contiguous namespace.

  • 5. 
    U kunt een domain dat in het Domain Functional Level Windows Server 2003 draait omschakelen naar het Domain Functional Level Windows 2008
    • A. 

      Ja dat kan en het omkeerde ook.

    • B. 

      Ja dat kan, maar het omgekeerde niet.

    • C. 

      Nee dat kan niet, maar het omgekeerde wel.

    • D. 

      Nee dat kan niet en het omgekeerde ook niet.

  • 6. 
    U verwijdert AD van de laatste DC uit een domain.   Welke uitspraak is waar? 
    • A. 

      U moet het domain een andere naam geven.

    • B. 

      Het domain houdt op te bestaan.

    • C. 

      Deze bewerking is niet toegestaan.

    • D. 

      U kunt niet meer inloggen op deze machine.

  • 7. 
    Tijdens de installatie van de eerste DC heeft u het Forest en het Domain Functional Level ingesteld op Windows Server 2008.   Van welk type zijn dan de groepen in de container Users
    • A. 

      Domain local, global en universal.

    • B. 

      Machine local, domain local en global.

    • C. 

      Machine local, domain local en universal.

    • D. 

      Machine local, global en universal.

  • 8. 
    Wanneer zijn onder Windows Server 2008 verschillende domains nodig? 
    • A. 

      Als de beheerskosten te hoog worden.

    • B. 

      Als er sprake moet zijn van gescheiden autonoom beheer.

    • C. 

      Als de organisatie geografisch verspreid is.

    • D. 

      Als er verschillende sites worden onderhouden.

  • 9. 
    Wat is een domain onder Windows Server 2008? 
    • A. 

      Een verzameling gebruikers die tot dezelfde bedrijfsdivisie horen.

    • B. 

      Een verzameling netwerkobjecten.

    • C. 

      Een verzameling gebruikers en computers met een gemeenschappelijk beveiligingsbeleid.

    • D. 

      Een verzameling netwerkobjecten die in een directory service zijn opgenomen.

  • 10. 
    Wat is een verschil tussen een domain en een site? 
    • A. 

      Een site bevat geen accounts en een domain wel.

    • B. 

      Replicatie is alleen in een domain mogelijk, niet in een site.

    • C. 

      Verschillende domains in een site is mogelijk, verschillende sites in een domain niet.

    • D. 

      Domain en site zijn twee benamingen voor hetzelfde begrip.

  • 11. 
    Wat is ntds.dit
    • A. 

      Het bestand waarin Active Directory wordt bewaard.

    • B. 

      Een databaseprogramma directories.

    • C. 

      De directory service van het eigen domain.

    • D. 

      Een systeembestand op een standalone server.

  • 12. 
    Wat voor type server is een PC direct na een clean install van Windows Server 2008? 
    • A. 

      Standalone server

    • B. 

      Member server

    • C. 

      Domain Controller

    • D. 

      Applicatieserver

  • 13. 
    Wat wordt er onder meer in de global catalog bijgehouden? 
    • A. 

      Van alle objecten uit alle domains alle eigenschappen.

    • B. 

      Van alle objecten van het eigen domain alle eigenschappen.

    • C. 

      Van alle objecten uit de overige domains alle eigenschappen.

    • D. 

      Van alle objecten uit alle domains slechts een deel van de eigenschappen.

  • 14. 
    Welke service heeft AD nodig? 
    • A. 

      DHCP.

    • B. 

      DNS.

    • C. 

      WINS.

    • D. 

      Geen van de hier genoemde.

  • 15. 
    Welke type server gebruikt geen beveiligingsbeleid van een domain? 
    • A. 

      Standalone server

    • B. 

      Member server

    • C. 

      Domain Controller

    • D. 

      Global Catalog Server

  • 16. 
    Welke uitspraak is waar? 
    • A. 

      Een standalone server is lid van een domain en neemt deel aan het replicatieproces.

    • B. 

      Een member server is lid van een domain en neemt deel aan het replicatieproces.

    • C. 

      Een Domain Controller is lid van een domain en neemt deel aan het replicatieproces.

    • D. 

      Een werkstation is lid van het domain en neemt deel aan het replicatieproces.

  • 17. 
    Welke uitspraak is waar? 
    • A. 

      In een domain zijn alle DC’s Global Catalog Servers.

    • B. 

      In een domain is de als eerste geïnstalleerde DC een Global Catalog Server.

    • C. 

      In een domain zijn alle servers Global Catalog Servers.

    • D. 

      Ook zonder domain is een server een Global Catalog Server.

  • 18. 
    Windows Server 2008 is geïnstalleerd in de partitie C:.   Op welk type server komt de map C:\Windows\NTDS voor? 
    • A. 

      Standalone server

    • B. 

      Member server

    • C. 

      Domain Controller

    • D. 

      Geen van de hier genoemde

  • 19. 
    Van wie krijgt een RODC een kopie van AD?
    • A. 

      Van een standalone server in het netwerk.

    • B. 

      Van een member server in het netwerk.

    • C. 

      Van een DC in het netwerk.

    • D. 

      Van de domain administrator.

  • 20. 
    Het Forest Functional Level staat ingesteld op Windows Server 2003. U richt een nieuw domain in.   Waarop kunt u het Domain Functional Level instellen?
    • A. 

      Windows 2000, Windows Server 2003 of Windows Server 2008

    • B. 

      Windows Server 2003 of Windows Server 2008.

    • C. 

      Windows Server 2008.

    • D. 

      U kunt dat niet instellen. Het Domain Functional Level is altijd gelijk aan het Forest Functional Level.

  • 21. 
    Welke van de onderstaande uitspraken is waar?
    • A. 

      Een server role kan uit role services bestaan.

    • B. 

      Een server role kan uit features bestaan.

    • C. 

      Een role service kan uit server roles bestaan.

    • D. 

      Een role service kan uit features bestaan.

  • 22. 
    Van een standalone server maakt u een Domain Controller in een bestaand domain.   Wat moet u achtereenvolgens doen?
    • A. 

      U installeert AD DS, u installeert AD en tenslotte stelt u het IP-adres van de DNS-server in.

    • B. 

      U installeert AD, u installeert AD DS en tenslotte stelt u het IP-adres van de DNS-server in.

    • C. 

      U stelt het IP-adres van de DNS-server in, u installeert AD DS en tenslotte installeert u AD.

    • D. 

      U stelt het IP-adres van de DNS-server in, u installeert AD en tenslotte installeert u AD DS.

  • 23. 
    Welke van de onderstaande uitspraken is waar?
    • A. 

      Een forest maakt altijd deel uit van een tree.

    • B. 

      Een tree maakt altijd deel uit van een domain.

    • C. 

      Een domain maakt altijd deel uit van een site.

    • D. 

      Een domain maakt altijd deel uit van een forest.

  • 24. 
    Waarvoor dient het Directory Services Restore Mode Administrator Password?
    • A. 

      Om als domain Administrator in te kunnen loggen op een member server.

    • B. 

      Om als domain administrator in te kunnen loggen op een Domain Controller.

    • C. 

      Om als Administrator een back-up van AD te kunnen maken.

    • D. 

      Om als Administrator een back-up van AD terug te kunnen zetten.

  • 25. 
    U beschikt over een standalone server. Daarvan maakt u de eerste DC in een nieuw domain. Op de standalone server kon u inloggen met een administrator password.   Welke van de onderstaande uitspraken is nu waar?
    • A. 

      Met hetzelfde administrator password dat u op de standalone server gebruikte, kunt u als domain Administrator inloggen op de DC.

    • B. 

      U moet nadat de server een DC is geworden het Directory Services Restore Mode Administrator Password gebruiken.

    • C. 

      Bij het inloggen op de DC moet u verplicht uw password wijzigen. Dit om te voorkomen dat er verschillende administrator passwords ontstaan.

    • D. 

      Administrator is Administrator. Er bestaan geen twee soorten administrators.

Back to Top Back to top