Project & Planning Management Test1

35 Questions | Total Attempts: 46

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Project & Planning Management Test1

PPM GVHOO Voorbeeldvragen Schriftelijk Examen. Staat op 60 punten van de 150 punten (Multiple Choice)


Questions and Answers
  • 1. 
    Welke van de volgende definities is de meest complete?
    • A. 

      Een project is een specifieke nieuwe actie, die methodische en progressief structuur geeft aan een toekomstige realiteit waarvoor nog geen begin of einde bestaat.

    • B. 

      Een project is een aaneenschakeling van handelingen, nodig om een welbepaald objectief te realiseren, en dit in het kader van een welomschreven missie, en dit voor dewelke men niet alleen de aanvang maar tevens het einde heeft gedefinieerd.

    • C. 

      Een project is een nieuwe taak met een welbepaald budget.

    • D. 

      Een project is een geheel van specifieke activiteiten.

  • 2. 
    In het kader van een project betekent "Manager"?
    • A. 

      Organiseren, Beheren, Animeren

    • B. 

      Organiseren en Animeren

    • C. 

      Dirigeren en Animeren

    • D. 

      Plannen en animeren

  • 3. 
    De vereisten van een project zijn?
    • A. 

      Organiseren, Termijnen en Performanties

    • B. 

      Planning, Budget en Kwaliteit

    • C. 

      Kosten, Termijnen en Technische inhoud

    • D. 

      Efficientie, Kwaliteit en Termijnen

  • 4. 
    Welke zijn de rollen van de Projectleider?
    • A. 

      Realiseren, Uitvoeren en Nadenken

    • B. 

      Plannen, Realiseren en Nadenken

    • C. 

      Denken, Doen en Afbouw

    • D. 

      Plannen, Doen en Afbouwen

  • 5. 
    Welke zijn de typestructuren van een project?
    • A. 

      Met facilitator, Matrix en Task-Force

    • B. 

      Met coördinator, Facilitator en Matrix

    • C. 

      Met coördinator, mandaatgever, matrix en Task-force

    • D. 

      Met facilitator, coördinator, matrix en Task-force

  • 6. 
    Welke zijn de belangrijkste problemen die men kan aantreffen binnen de projectstructuur?
    • A. 

      Autoriteitsconflict, Coördinatie- en communicatie, Mandaat

    • B. 

      Coördinatie- en communicatie, Autoriteitsconflict

    • C. 

      Autoriteitsconflict, Coördinatie- en communicatie, Mandaat en Hulpbronnen

    • D. 

      Coördinatie- en communicatie, Hulpbronnen en Mandaat

  • 7. 
    Procesmanagement omvat het beheren van het primaire proces, steunprocessen en het directe proces met behulp van de volgende managementprincipes...
    • A. 

      Voorzien, Plannen, Organiseren en Uitvoeren

    • B. 

      Organiseren, Plannen, Evalueren en Leiden

    • C. 

      Organiseren, Plannen, Evalueren en Bepreken

    • D. 

      Leiden, Voorzien, Luisteren en Organiseren

  • 8. 
    De levenscyclus van een project bestaat uit hoeveel fasen?
    • A. 

      3

    • B. 

      4

    • C. 

      5

    • D. 

      6

  • 9. 
    Welke zijn de verschillende fasen in de levenscyclus van een project?
    • A. 

      Definiëring, Planning, Realisatie

    • B. 

      Definiëring, Planning, Realisatie en Afsluiting

    • C. 

      Definiëring, Voorziening, Planning en Afsluiting

    • D. 

      Definiëring, Personeel, Planning, Afsluiting en Bedanking

  • 10. 
    Tijdens de pré-project analyse kan men de tool SWOT gebruiken; wat is de betekenis ervan?
    • A. 

      Service, Worst, Organisation, Traitement

    • B. 

      Spécifique, World, Organisation, Threaths

    • C. 

      Strength, Weaknesses, Opportunities, Threaths

    • D. 

      Strong, Worst, Opportunities, Threaths

  • 11. 
    De GOTIK methodeis een planningstool; wat is de betekenis ervan?
    • A. 

      Geldplan, Organisatieplan, Tijdsplan, Informatieplan/stroom en Kwaliteit van het product

    • B. 

      Geld, Organisatieplan, Trajectplan en Kwaliteitsstroom

    • C. 

      Gebruiksplan, oorzaakplan, Trappenplan en Internetplan, Kwaliteitsverloop

    • D. 

      Geleideplan, Organisatieplan, Tijdsplan, Informatiestroom en kwaliteitsverloop

  • 12. 
    Welke zijn de basisregels waaraan elk objectief dient te voldoen in het kader van een project?
    • A. 

      Specifiek, Meetbaar, Aanvaardbaar realistisch en Tijd

    • B. 

      Serieus, Meetbaar, Aanneembaar, Realistisch en Tijdsverloop

    • C. 

      Speciaal, Meettechnisch, Aanvoerbaar, Realiseerbaar en Tijdsverloop

    • D. 

      Specifiek, Meettechnisch, Aanvaardbaar, realisatieverloop, Tijdsgebonden

  • 13. 
    Welke hulpmiddelen laat toe om de sterke en zwakke punten van een project in kaart te brengen?
    • A. 

      GOTIK

    • B. 

      WWWWWII

    • C. 

      SWOT

    • D. 

      SMART

  • 14. 
    Welke zijn de vier grote soorten van WBS (Work Break down structure), die de verschillende taken en niveaus van een project kunnen realiseren?
    • A. 

      Product WBS, Operationele of Product-Activiteiten WBS, Taken WBS, Functionele WBS

    • B. 

      Fonctioneel WBS, Product WBS, Taken WBS

    • C. 

      Fonctioneel WBS, Product WBS, Product-Activiteiten WBS

    • D. 

      Fonctioneel WBS, Product WBS, Financieel WBS

  • 15. 
    De schatting van de duurtijd (D) van een taak kan uitgevoerd worden aan de hand van de volgende formule: waarvan (a- optimistische schatting, b- pessimistische schatting, m- meest waarschijnlijke schatting)
    • A. 

      D = (a + m + b) / 6

    • B. 

      D = (a + 4m + b) /4

    • C. 

      D = (a + 4m + b) /6

    • D. 

      D = (a + 6m + b) /4

  • 16. 
    Om de standaardafwijking te berekenen maken we gebruik van de volgende formule?
    • A. 

      (b - a) / 6

    • B. 

      (b - a) / 4

    • C. 

      (b + a) / 6

    • D. 

      (b + a) / 4

  • 17. 
    Wat is de betekenis van het kenmerk ESTi voor een taak <i>?
    • A. 

      Is het vroegst mogelijke begin van een taak (Earliest Startin Time) "i"

    • B. 

      Is de totale marge van een taak (Total Slack)

    • C. 

      Is het laatst mogelijke begin van een taak (Latest Starting Time) "i"

    • D. 

      Is de vrije marge van een taak (Free Slack)

  • 18. 
    Wat is de betekenis van het kenmerk LSTi voor een taak <i>?
    • A. 

      Is het laatst mogelijke begin van een taak (Latest Starting Time) "i"

    • B. 

      Is de totale marge van een taak (Total Slack)

    • C. 

      Is het vroegst mogelijke begin van een taak (Earliest Starting Time) "i"

    • D. 

      Is de vrije marge van een taak (Free Slack) "i"

  • 19. 
    Wat is de betekenis van het kenmerk TSi voor een taak <i>?
    • A. 

      Is het laatst mogelijke begin van een taak (Latest Starting time) "i"

    • B. 

      Is de totale marge van een taak (Total Slack)

    • C. 

      Is het laatst mogelijke begin van een taak (Latest Starting Time) "i"

    • D. 

      Is de vrije marge van een taak (Free Slack)

  • 20. 
    Wat is de betekenis van het kenmerk FSi voor een taak <i>?
    • A. 

      Is het laatst mogelijke begin van een taak (Latest Starting Time) "i"

    • B. 

      Is de totale marge van een taak (Total Slack)

    • C. 

      Is het vroegst mogelijke begin van een taak (Earliest Starting time) "i"

    • D. 

      Is de vrije marge van een taak (Free Slack"

  • 21. 
    De "EST" wordt ingevuld in het vakje Nr ....?
    • A. 

      1

    • B. 

      2

    • C. 

      3

    • D. 

      4

  • 22. 
    De "LST" wordt ingevuld in het vakje Nr ....?
    • A. 

      1

    • B. 

      2

    • C. 

      3

    • D. 

      4

  • 23. 
    De "TS" wordt ingevuld in het vakje Nr ...?
    • A. 

      1

    • B. 

      2

    • C. 

      3

    • D. 

      4

  • 24. 
    De "FS" wordt ingevuld in het vakje Nr ....?
    • A. 

      1

    • B. 

      2

    • C. 

      3

    • D. 

      4

  • 25. 
    De totale marge TSi van een taak is...?
    • A. 

      De maximum toegelaten verplaasing

    • B. 

      De maximaal toegelaten achterstand van een taak zonder dat aan de duurtijd van de uitvoering van het project wordt geraakt

    • C. 

      Is de maximaal toegelaten achterstand van een taak zonder dat het begin van de volgende taak wordt beïnvloed

    • D. 

      De minimale achterstand van een taak

Back to Top Back to top