Obn Hoofdstuk 2

15 Questions | Total Attempts: 492

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Obn Hoofdstuk 2

OBN Hoofdstuk 2


Questions and Answers
  • 1. 
    In een netwerk moeten de namen van de computers uniek zijn.   Wat betekent dit? 
    • A. 

      De computernamen moeten drie van de tekens hoofdletters, kleine letters, cijfers en overige tekens bevatten.

    • B. 

      De computernamen moeten een identificatienummer bevatten.

    • C. 

      Er mogen slechts twee computernamen hetzelfde zijn.

    • D. 

      Er mogen niet twee computers zijn met dezelfde naam.

  • 2. 
    Hoe heet een computer waarin meer dan één NIC is ingebouwd?
    • A. 

      MultiNICed.

    • B. 

      Multihomed.

    • C. 

      Router.

    • D. 

      Internetrouter.

  • 3. 
    Waarvan zijn het IPv4-adres en het subnetmasker instellingen?
    • A. 

      Van de PC of server.

    • B. 

      Van de NIC van de PC of server.

    • C. 

      Van de naam van de PC of server.

    • D. 

      Van de NIC-naam van de PC of server.

  • 4. 
    Direct na de installatie van Windows Server 2008 configureert u in het venster Initial Configuration Tasks de sectie 1 Provide Computer Information.   Welke instelling configureert u dan NIET?
    • A. 

      Set time zone.

    • B. 

      Configure refresh.

    • C. 

      Configure networking.

    • D. 

      Provide computer name and domain.

  • 5. 
    Het intypen van een IPv4-adres voor een Windows Server 2008-server doet u in een venster.   Welk venster is dat? 
    • A. 

      Network Connections.

    • B. 

      Local Area Connections Version 4 (TCP/IPv4) Properties.

    • C. 

      Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) Properties.

    • D. 

      LanConnection Version 4 (TCP/IPv4) Properties.

  • 6. 
    U weet zeker dat u geen devices in een Windows Server 2008 heeft die slecht functioneren.   Hoe kunt u dit controleren? 
    • A. 

      Start via de Server Manager de Control Hardware Wizard.

    • B. 

      Start via de Server Manager de Device Manager.

    • C. 

      Met het programma Manage Your Server dat direct na de installatie van Windows Server 2008 te zien is.

    • D. 

      Door op een website te zoeken naar niet-compatibele devices.

  • 7. 
    U wilt een Windows Server 2008-server voorzien van een vast IPv4-adres.   Welk veld moet u dan ook verplicht vullen? 
    • A. 

      Subnet mask

    • B. 

      Default gateway

    • C. 

      Preferred DNS-server

    • D. 

      Alternate DNS-server

  • 8. 
    Drie van de onderstaande zaken moet u instellen om peer-to-peer-communicatie mogelijk te maken.   Welke van de onderstaande zaken hoeft u NIET in te stellen?
    • A. 

      De Network discovery.

    • B. 

      Het PING-commando.

    • C. 

      De File sharing.

    • D. 

      Het Location type.

  • 9. 
    Op een standalone server is standaard het account Guest disabled.   Wat betekent dit?
    • A. 

      Voor het account Guest moet eerst een password worden ingesteld.

    • B. 

      Het password van het account Guest verloopt nooit.

    • C. 

      Niemand kan met behulp van het account Guest inloggen.

    • D. 

      Als iemand met het account Guest inlogt, krijgt deze slechts beperkte toegang.

  • 10. 
    U gebruikt een wireless netwerk en u wilt een standalone server met dat netwerk verbinden.   Wat doet u dan als eerste?
    • A. 

      U verbindt de NIC van de standalone server met de netwerkbekabeling.

    • B. 

      U maakt met de standalone server verbinding met een WPA van het netwerk.

    • C. 

      U maakt met de standalone server verbinding met een WAP van het netwerk.

    • D. 

      U maakt met de standalone server verbinding met een PSK van het netwerk.

  • 11. 
    Op een standalone server onder Windows Server 2008 bestaan machine local users.   Wat betekent dit?
    • A. 

      Een machine local user mag de standalone server als Administrator beheren.

    • B. 

      Een machine local user mag alleen maar werken met deze standalone server.

    • C. 

      Een machine local user mag altijd op de standalone server inloggen.

    • D. 

      Een machine local user staat op de standalone server in de SAM geregistreerd.

  • 12. 
    Gebruiker Doortje is een machine local user op een standalone server. U wilt weten van welke machine local groups gebruiker Doortje lid is.   Hoe komt u dit zo snel mogelijk te weten?
    • A. 

      Door van alle machine local groups het tabblad Member Of van het eigenschappenvenster te bekijken.

    • B. 

      Door van alle machine local groups het tabblad General van het eigenschappenvenster te bekijken.

    • C. 

      Door van het user account van Doortje het tabblad Member Of van het eigenschappenvenster te bekijken.

    • D. 

      Door van het user account van Doortje het tabblad General van het eigenschappenvenster te bekijken.

  • 13. 
    Met welke tabbladen van het eigenschappenvenster van een hardware device kunt u meestal een probleem met dat device oplossen?
    • A. 

      Driver en Resources

    • B. 

      General en Driver.

    • C. 

      Advanced en Resources.

    • D. 

      General en Resources.

  • 14. 
    Via welke container van de Server Manager kunt u de machine local users bekijken?
    • A. 

      Roles.

    • B. 

      Diagnostics.

    • C. 

      Configuration.

    • D. 

      Storage.

  • 15. 
    Uw standalone server onder Windows Server 2008 is opgenomen in een werkgroep. In het venster Network van uw computer ziet u de andere computers van de werkgroep. Ook kunt u naar alle andere computers pingen. U dubbelklikt in het venster Network op de naam van een van de andere computers.   Wat krijgt u dan te zien?
    • A. 

      De gedeelde bronnen op die computer.

    • B. 

      De printers die op die computer zijn aangesloten.

    • C. 

      Het bureaublad van die computer.

    • D. 

      De map C:\WINDOWS van die computer.

Back to Top Back to top