Obn Hoofdstuk 4

20 Questions | Total Attempts: 673

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Obn Hoofdstuk 4

OBN Hoofdstuk 4


Questions and Answers
  • 1. 
    Hoe noemen we een machine die twee netwerken met elkaar verbindt? 
    • A. 

      Repeater

    • B. 

      Router

    • C. 

      Hub

    • D. 

      Switch

  • 2. 
    Hoe wordt het deel MetalProducts uit de DNS-naam WS32.InterWare.MetalProducts.nl genoemd? 
    • A. 

      Het top-level domain

    • B. 

      Het eerste subdomain

    • C. 

      Het tweede subdomain

    • D. 

      De host name

  • 3. 
    Hoe wordt het omzetten van de machinenaam www.brinkman-uitgeverij.nl in IPv4-adres 81.26.209.71 genoemd? 
    • A. 

      Domain Name System

    • B. 

      Name resolution

    • C. 

      Domain name space

    • D. 

      Resolver

  • 4. 
    Van welk zonetype kunnen onder Windows Server 2008 verschillende primaire DNS-zones bestaan? 
    • A. 

      Primary

    • B. 

      Secondary

    • C. 

      Active Directory Integrated-Primary

    • D. 

      Sub

  • 5. 
    Kan een DNS-server meerdere forward lookup zones bevatten? 
    • A. 

      Ja.

    • B. 

      Ja, maar alleen als het Active Directory Integrated-Primary Zones zijn.

    • C. 

      Nee, slechts één forward lookup zone en één reverse lookup zone zijn mogelijk.

  • 6. 
    Om te kunnen surfen op het internet moet uw client een verwijzing naar een DNS-server van het Internet hebben. 
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 7. 
    Omdat Active Directory Integrated-Primary zones mee repliceren met AD, neemt het uitwisselen van DNS-gegevens tussen servers minder bandbreedte in beslag. 
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 8. 
    U heeft tijdens het installeren van Active Directory op uw eerste DC gelijktijdig ook DNS laten installeren.   Welk IP-adres staat er daarna achter de verwijzing naar de DNS-server in het venster Internet Protocol Version 4 (TCP/IPv4) Properties
    • A. 

      Het IP-adres van de DC zelf.

    • B. 

      Het loopback address 127.0.0.1.

    • C. 

      Geen, u moet zelf het IP-adres van de DC zelf invullen.

    • D. 

      Geen, u moet zelf 127.0.0.1 invullen.

  • 9. 
    Waarin wordt de DNS-naamruimte opgedeeld? 
    • A. 

      In top-level domains.

    • B. 

      In Fully Qualified Domain Names.

    • C. 

      In DNS-zones.

    • D. 

      In host names.

  • 10. 
    Waarom zou u een Secondary zone aanmaken in DNS? 
    • A. 

      Omdat alleen een Secondary zone DNS fouttolerant maakt.

    • B. 

      Omdat u een Secondary zone nodig heeft als uw bedrijf subdivisies bevat die los van het moederbedrijf opereren.

    • C. 

      Voor DNS-fouttolerantie. Met Windows Server 2008 is een Secondary zone niet zo belangrijk omdat DNS ook fouttolerant gemaakt kan worden door Active Directory-Integrated Primary zones te gebruiken.

    • D. 

      Voor DNS-fouttolerantie. In Windows Server 2008 is een Secondary zone niet zo belangrijk omdat DNS-fouttolerantie ook met Stub zones bereikt kan worden.

  • 11. 
    Wanneer is een zone tranfer nodig? 
    • A. 

      Als het Serial number uit het SOA-record van de primairy DNS-server hoger is als op de secondairy DNS-server.

    • B. 

      Als het Serial number uit het SOA-record van de secondairy DNS-server hoger is als op de primairy DNS-server.

  • 12. 
    Wat is een belangrijk voordeel van Active Directory Integrated-Primary zones ten opzichte van primary zones? 
    • A. 

      AD Integrated-Primary zones zijn redundante primary zones.

    • B. 

      AD Integrated-Primary zones zijn meer geschikt om met secondary zones samen te werken dan primary zones.

    • C. 

      AD Integrated-Primary zones werken sneller dan primary zones.

    • D. 

      AD Integrated-Primary zones vereisen minder beheer dan primary zones.

  • 13. 
    Welk DNS-resourcerecord identificeert een andere DNS-server? 
    • A. 

      A

    • B. 

      NS

    • C. 

      PTR

    • D. 

      SOA

  • 14. 
    Welk DNS-resourcerecord karakteriseert een DNS-zone? 
    • A. 

      A

    • B. 

      NS

    • C. 

      PTR

    • D. 

      SOA

  • 15. 
    Welk type DNS-resourcerecord koppelt een hostnaam aan een IP-adres in een forward lookup zone? 
    • A. 

      A

    • B. 

      NS

    • C. 

      PTR

    • D. 

      SOA

  • 16. 
    Welk type DNS-resourcerecord koppelt een IP-adres aan een hostnaam in een reverse lookup zone? 
    • A. 

      A

    • B. 

      NS

    • C. 

      PTR

    • D. 

      SOA

  • 17. 
    Welk zonetype staat beveiligde updates toe in de DNS-database? 
    • A. 

      Active Directory Integrated-Primary

    • B. 

      Primary

    • C. 

      Secondary

    • D. 

      Geen van de hier genoemde

  • 18. 
    Welke identifier wordt gebruikt als DNS een clientnaam omzet in een IP-adres? 
    • A. 

      De host name in combinatie met het top-level domain.

    • B. 

      Het MAC-adres van de netwerkkaart van de client.

    • C. 

      De name resolution.

    • D. 

      De Fully Qualified Domain Name (FQDN).

  • 19. 
    Welke uitspraak is waar? 
    • A. 

      In een forward lookup zone wordt een IP-adres omgezet in een host name.

    • B. 

      In een reverse lookup zone wordt een IP-adres omgezet in een host name.

    • C. 

      In beide type zones wordt een IP-adres omgezet in een host name.

    • D. 

      In beide type zones wordt een host name omgezet in een IP-adres.

  • 20. 
    Om te testen laat u op een DNS-server een recursive query uitvoeren. Wat test u daarmee?
    • A. 

      Of die DNS-server goed functioneert.

    • B. 

      Of de andere DNS-servers waarmee u verbinding heeft goed functioneren.

    • C. 

      Of uw internetverbinding goed functioneert.

    • D. 

      Of uw internetrouter goed functioneert

Back to Top Back to top