Dutch Simple Future Tense Formation

5 Questions | Total Attempts: 68

SettingsSettingsSettings
Future Tense Quizzes & Trivia

Quiz covering the formation of the simple future tense in Dutch.


Questions and Answers
  • 1. 
    Translate 'I shall talk'. (praten)
    • A. 

      Ik zal praten

    • B. 

      Ik zullen praten

    • C. 

      Ik zal praat

  • 2. 
    Translate 'we shall listen'. (luisteren)
    • A. 

      We zal luisteren

    • B. 

      We zallen luisteren

    • C. 

      We zullen luisteren

  • 3. 
    Translate 'they shall make'. (maken)
    • A. 

      Ze zal maken

    • B. 

      Ze zullen maken

    • C. 

      Ze zullen maak

  • 4. 
    Translate 'she shall fall'. (vallen)
    • A. 

      Ze zal vallen

    • B. 

      Ze zullen vallen

    • C. 

      Ze zal val

  • 5. 
    Translate 'you shall pay'. (betalen)
    • A. 

      Je zult betalen

    • B. 

      Je zal betalen

    • C. 

      Je zullen betalen