Driver's License Exam Curaçao - Theory Part 1

61 Questions | Total Attempts: 620

SettingsSettingsSettings
Driver

.


Questions and Answers
  • 1. 
    Wat verstaat u onder voorsorteren, als u linksaf wilt afslaan bij wegen waarop het verkeer in één richting is toegestaan?
    • A. 

      Naar het midden van de weg gaan.

    • B. 

      Zoveel mogelijk links op de rijbaan gaan rijden.

    • C. 

      Rechts de kans afwachten.

  • 2. 
    Mag een bestuurder van een motorrijtuig het portier open laten staan?
    • A. 

      Dat mag hij nooit.

    • B. 

      Dat is toegestaan.

    • C. 

      Dat mag alleen als er daardoor geen gevaar of hinder voor andere weggebruikers ontstaat.

  • 3. 
    Wegrijden, achteruitrijden en vanuit een uitrit de weg oprijden, mag alleen...
    • A. 

      Indien borden dit aangeven.

    • B. 

      Als dit zonder enig gevaar kan geschieden.

    • C. 

      Als dit mogelijk is zonder gevaar, hinder voor andere weggebruikers of schade te veroorzaken.

  • 4. 
    Een weg is verdeeld in twee gelijkwaardige rijbanen. Er is een middenberm. De bestuurder van een motorrijtuig mag...
    • A. 

      Beide rijbanen volgen.

    • B. 

      Uitsluitend de rechter rijbaan volgen.

    • C. 

      Niet inhalen.

  • 5. 
    Wanneer moet men rechts inhalen?
    • A. 

      Men mag nooit rechts inhalen.

    • B. 

      Slechts wanneer de ingehaald wordende bestuurder te kennen heeft gegeven dat hij naar links wilt afslaan en daartoe heeft voorgesorteerd.

    • C. 

      Als men dit maar voorzichtig doet.

  • 6. 
    Ik sta aan de rechterzijde van de weg met mijn auto en ik wil nu achteruit rijden. Hoe moet ik rijden?
    • A. 

      Ik rijd via de berm stapvoets achteruit, zonder gevaar of hinder te doen ontstaan.

    • B. 

      Ik rijd stapvoets en langs dezelfde zijde achteruit, zonder gevaar of hinder voor andere weggebruikers te doen ontstaan.

    • C. 

      Ik rijd zo vlot mogelijk achteruit en zorg dat ik dat ik het overige verkeer niet hinder.

  • 7. 
    Ik word door een tegenligger verblind. Wat moet ik doen?
    • A. 

      Ongedempte (bright) verlichting inschakelen.

    • B. 

      Remmen en de berm oprijden.

    • C. 

      Remmen en op de rijbaan stoppen.

  • 8. 
    In welk geval mag een autobestuurder op een weg met tweerichtingsverkeer links op de weg stoppen?
    • A. 

      Als het verkeer niet wordt belemmerd.

    • B. 

      Als de rechterzijde van de door geparkeerde motorvoertuigen bezet is.

    • C. 

      Als voor de rechterzijde van de weg een stopverbod van kracht is.

  • 9. 
    Welke motorrijtuigen mag iemand, die rijbewijs "B" heeft, besturen?
    • A. 

      Motorrijtuigen, bestemd voor het vervoer van ten hoogste acht personen en een kleine vrachtauto.

    • B. 

      Motorrijtuigen met ten hoogste 8 zitplaatsen met inbegrip van die van de bestuurder en die meer dan 3500 kg. aan goederen kunnen vervoeren.

    • C. 

      Motorrijtuigen bestemd voor het vervoer van personen met ten hoogste 8 zitplaatsen buiten die van de bestuurder en motorrijtuigen bestemd voor goederenvervoer met een maximum toegestane gewicht van niet meer dan 3.500 kg.

  • 10. 
    Op de volgende vijf plaatsen mag een bestuurder niet parkeren.
    • A. 

      Rechts langs de weg, op een verharde berm, op een onverharde berm, naast een vluchtheuvel en op een voetpad.

    • B. 

      Op trottoir, op een brug, op een kruising, binnen 5 meter van een bushalte en links op een weg met 2richtingsverkeer.

    • C. 

      Op een trottoir, op een helling, op een algemene parkeerplaats, voor een brug en in een bocht.

  • 11. 
    De maximum breedte en hoogte voor voertuigen met lading inbegrepen, zijn...
    • A. 

      2.50 meter en 3.10 meter

    • B. 

      2.30 meter en 3.20 meter

    • C. 

      2.60 meter en 3.50 meter

  • 12. 
    De bestuurder die een lichte aanhangwagen (z.g. trailer) achter zijn auto wil slepen, moet...
    • A. 

      Een rijbewijs "B.E." hebben.

    • B. 

      Een vergunning aanvragen bij de Gezaghebber.

    • C. 

      Niet aan bijzondere voorwaarden voldoen.

  • 13. 
    Mijn rijbewijs en de keuringskaart van mijn personenauto hebben een geldigheid van respectievelijk...
    • A. 

      Tien en één jaar

    • B. 

      Twee en tien jaar

    • C. 

      Vijf of tien en twee jaar

  • 14. 
    Mag ik rechts via de berm een auto inhalen met mijn auto?
    • A. 

      Ja, dat mag, want een berm behoort tot de weg.

    • B. 

      Nee, dat mag niet want bestuurders van motorrijtuigen mogen uitsluitend gebruik maken van de rijbaan.

    • C. 

      Ja, ik mag daar inhalen, want anders wordt het verkeer dat achter mij nadert, belemmerd.

  • 15. 
    De lading van mij auto steekt aan de achterzijde precies 1 meter uit. Welke maatregelen moet ik nemen als ik 's nachts rijd?
    • A. 

      Ik behoef geen andere maatregelen te nemen, als ik een rode vlag plaats aan de achterzijde.

    • B. 

      Ik bevestig een lantaarn aan het punt van de uitstekende lading, die naar alle zijden rood licht uitstraalt.

    • C. 

      Voor lading die precies 1 meter aan de achterzijde uitsteekt, behoef ik geen maatregelen te nemen.

  • 16. 
    De bestuurder die een links gelegen inrit ingaat, moet...
    • A. 

      Voorsorteren, richting aangeven en daarna links afslaan.

    • B. 

      Rechts houdend, tijdig richting aangeven en bij dat naar links oversteken het overig verkeer niet hinderen.

    • C. 

      Rechts stoppen en daarna met een grote bocht naar rechts de inrit inrijden.

  • 17. 
    De bij een verkeersongeval betrokken bestuurder mag de bestuurder...
    • A. 

      Dóór of wegrijden als er geen zware schade aan derden is toegebracht.

    • B. 

      Niet dóór of wegrijden. Hij moet de politie waarschuwen en ter plaatse blijven.

    • C. 

      De scahe niet onderling regelen.

  • 18. 
    Als er rechts van de weg een stopverbod geldt, is de bestuurder die daar stopt strafbaar wanneer hij...
    • A. 

      Vóór het bord stopt

    • B. 

      Voorbij het bord stopt.

    • C. 

      Aan de overkant van de weg stopt.

  • 19. 
    Wanneer mag iemand, die een rijbewijs heeft, geen motorrijtuig besturen?
    • A. 

      Als hij boos is of bedroefd.

    • B. 

      Als hij te veel alcohol of een andere bedwelmend middel heeft gebruikt, vermoeid of ziek is.

    • C. 

      Als hij twee biertjes heeft gedronken.

  • 20. 
    De lading van mijn auto steekt aan de voorzijde 1 meter uit. Welke maatregelen moet ik nemen als ik 's nachts rijd?
    • A. 

      Ik behoef geen andere maatregelen te nemen, als ik een rode vlag plaats aan de voorzijde.

    • B. 

      Ik bevestig een lantaarn aan het punt van de uitstekende lading, die naar alle zijden wit licht uitstraalt.

    • C. 

      Voor lading die precies 1 meter aan de voorzijde uitsteekt, behoef ik geen maatregelen te nemen.

  • 21. 
    Indien de verkeersagent u een andere richting aanwijst dan een ter plaatse aanwezig verkeersbord. Wat bent u dan verplicht?
    • A. 

      Ik moet de richting volgen die het verkeersbord mij aanwijst.

    • B. 

      Als de politieagent mij zeg waarom, dan ben ik verplicht in de door hem aangeduide richting te gaan.

    • C. 

      Ik ben verplicht de aanwijzing van de politie steeds te volgen.

  • 22. 
    Mag je op een éénrichtingsverkeersweg achteruit rijden?
    • A. 

      Ja, als ik dat doe langs dezelfde zijde van de rijbaan waarover ik reed vóór het achteruit rijden.

    • B. 

      Ja, als het overige verkeer niet wordt gehinderd.

    • C. 

      Neen.

  • 23. 
    Mag de bestuurder van een personenauto op de taxi-stand plaats stoppen?
    • A. 

      Ja, als hij geen andere parkeerplaats kan vinden.

    • B. 

      Als dat gebeurd voor het onmiddellijk voortgezet lossen of laden van goederen of op dezelfde wijze in- of uitstappen van passagiers.

    • C. 

      Neen, nooit.

  • 24. 
    Als uw auto voorzien is van één stoplicht, waar moet dit zijn aangebracht?
    • A. 

      In het midden- of links van van het midden aan de achterzijde.

    • B. 

      In het midden of rechts van het midden aan de achterzijde.

    • C. 

      Rechts van het midden aan de achterzijde.

  • 25. 
    Wat voor afstand moet u buiten het bebouwde kom bewaren achter een voertuig dat voor u rijdt?
    • A. 

      Een afstand van 8 meter.

    • B. 

      Een afstand van 12 meter.

    • C. 

      Een zodanige afstand dat inhalend voertuig zich voor mij kan invoegen.

Back to Top Back to top