Dutch Present Perfect Tense Formation

5 Questions | Total Attempts: 164

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Present Tense Quizzes & Trivia

Quiz covering the formation of the present perfect tense in Dutch.


Questions and Answers
  • 1. 
    Translate 'you have barked'. (blaffen)
    • A. 

      Je hebt geblaft

    • B. 

      Je hebt geblafd

    • C. 

      Je bent geblafft

  • 2. 
    Translate 'We have burned'. (branden)
    • A. 

      We hebben gebrandd

    • B. 

      We hebben gebrand

    • C. 

      We zijn gebrand

  • 3. 
    Translate 'it has snowed'. (zaaien)
    • A. 

      Het heeft gezaaid

    • B. 

      Het heeft gezaaied

    • C. 

      Het is gezaaid

  • 4. 
    Translate 'I have grown'. (groeien)
    • A. 

      Ik heb gegroeit

    • B. 

      Ik heb gegroeid

    • C. 

      Ik ben gegroeid

  • 5. 
    Translate 'you (plural) have made'. (maken)
    • A. 

      Jullie zijn gemaakt

    • B. 

      Jullie hebben gemaakt

    • C. 

      Jullie hebben gemaakd