Zelfreflectie Vragenlijst Februari 2016

20 Vragen | Total Attempts: 64

Please wait...
Zelfreflectie Vragenlijst Februari 2016

.


Questions and Answers
  • 1. 
    Situatie 1Je hebt een van jouw medewerkers gevraagd een rapport te schrijven over de aanschaf van een nieuw stuk apparatuur voor jouw afdeling. Gewoonlijk kun je hem een opdracht geven en is hij met een beetje aanmoediging van jouw kant op tijd klaar. Echter, nu is het rapport te laat klaar.Je zou:
    • A. 

      Hem zeggen dat je het rapport wilt hebben, hem uitleggen wat je precies in het rapport wilt hebben en dagelijks informeren naar de voortgang.

    • B. 

      Hem meer tijd geven om de opdracht af te maken.

    • C. 

      Hem vertellen wat je verwacht en wanneer je wilt dat het rapport af is, maar ook met hem praten over de reden waarom het rapport te laat af is.

    • D. 

      Met hem praten en hem aanzetten om het rapport af te maken.

  • 2. 
    Situatie 2Je hebt de leiding over een werkgroep, bestaande uit mensen van verschillende afdelingen. De werkgroep heeft hard gewerkt om een rapport te voltooien dat de gehele dienst/divisie omvat. Een van de leden van de werkgroep was de laatste vijf vergaderingen steeds veel te laat. Hij heeft zich bij het binnenkomen niet verontschuldigd en ook niet na afloop zijn excuses aangeboden. Bovendien is hij achter met het leveren van de kostencijfers van zijn afdeling. Het is belangrijk dat hij deze cijfers binnen drie dagen inlevert bij jouw werkgroep.Je zou:
    • A. 

      Hem precies vertellen wat je verwacht en er nauwlettend op toezien dat hij werkt aan zijn rapportage.

    • B. 

      Met hem praten over de reden waarom hij (te) laat is en zijn pogingen om de taak alsnog af te maken steunen.

    • C. 

      Er de nadruk op leggen dat de kostencijfers erg nodig zijn en zijn pogingen om de rapportage af te maken steunen.

    • D. 

      Aannemen dat hij best zelf in staat en bereid is de rapportage van zijn afdeling aan de werkgroep te presenteren.

  • 3. 
    Situatie 3In het verleden heb je flink wat problemen gehad met een van de mensen over wie je de leidinghebt. Hij was traag en alleen het feit dat je constant achter zijn broek aanzat, bracht hem ertoe zijnwerk goed te doen. Sinds kort merk je daar verandering in. Hij werkt beter en je hoeft hemminder te herinneren aan de einddata voor afspraken.Je zou:
    • A. 

      Doorgaan met hem strak te houden en hem nauwlettend in het oog houden.

    • B. 

      Goed toezicht op hem blijven houden, maar tevens luisteren naar zijn suggesties en als die redelijk lijken ook uitvoeren.

    • C. 

      Zijn voorstellen aannemen en zijn ideeën aanmoedigen.

    • D. 

      Hem de verdere verantwoordelijkheid laten voor zijn eigen werk (daar is hij immers aan toe).

  • 4. 
    Situatie 4Jouw medewerkers functioneren normaliter goed. Je geeft ze werkinstructies en stimuleert ze.De laatste weken zijn hun werkprestaties echter drastisch gedaald. Ze halen de normen per dagniet of nauwelijks en de kwaliteit van hun werk is nauwelijks acceptabel.Je zou:
    • A. 

      De groep zelf haar probleem laten oplossen.

    • B. 

      Ervoor zorgen dat de werknormen gehaald worden en de kwaliteit van het werk (weer) goed is, maar met de groep praten om van hen ideeën en aanbevelingen te krijgen.

    • C. 

      De groep heel duidelijk laten weten dat je goed werk van hen verwacht en goed toezicht houdt op hun werk.

    • D. 

      In een werkoverleg de groep laten praten over deze zaak en hen stimuleren om gezamenlijk te bepalen wat er aan gedaan moet worden en de daarvoor noodzakelijke stappen nemen.

  • 5. 
    Situatie 5Vanaf hogerhand is het budget van jouw afdeling ingeperkt. Het is noodzakelijk pas op de plaats te maken. Dit heeft zo zijn consequenties. Je hebt een zeer ervaren kracht van jouw afdeling gevraagd deze consequenties nader uit te werken. Bovendien moet hij een voorstel doen over hoe de consolidatie zou kunnen plaatsvinden. Deze man heeft in alle secties van jouw afdeling gewerkt. In het verleden wilde hij graag dit soort dingen doen. Je denkt wel dat hij deze opdracht aankan. Hij lijkt wat onverschillig ten opzichte van het belang van deze zaak.Je zou:
    • A. 

      De leiding nemen over de reorganisatie, maar ervoor zorgen van hem suggesties en voorstellen te krijgen.

    • B. 

      Hem dit toewijzen en hem de uitvoering ervan zelf laten bepalen.

    • C. 

      De situatie met hem bespreken en hem ertoe aanzetten deze opdracht serieus op zich te nemen vanwege zijn ervaring en bekwaamheid.

    • D. 

      De leiding nemen over de reorganisatie en jouw medewerker precies aangeven wat hij moet doen en daarna zijn vorderingen goed volgen.

  • 6. 
    Situatie 6Een erg productieve en efficiënte medewerkster (groepsleidster) van je heeft je hulpgevraagd bij een taak die ze moet uitvoeren. Ze is gewend zelfstandig te werken. Kort geledenzijn er wat knelpunten in het werk ontstaan. Ze heeft het idee dat ze deze zelf niet helemaalgoed kan oplossen.Je zou:
    • A. 

      De problemen analyseren en haar methoden aangeven om ze op te lossen.

    • B. 

      Doorgaan haar zelfstandig te laten werken en haar zelf een goede oplossing laten uitwerken.

    • C. 

      Een goede oplossing bedenken voor de problemen en deze in de praktijk brengen, maar haar wel betrekken bij het bedenken van oplossingen.

    • D. 

      De problemen met haar bespreken en haar pogingen om goede oplossingen te vinden ondersteunen, haar als klankbord ten dienste staan.

  • 7. 
    Situatie 7Je hebt een van jouw oude medewerkers gevraagd een nieuwe functie binnen jouw afdeling teaanvaarden. In haar oude functie heeft ze goed gewerkt. Ze had maar matige supervisie ensteun van je nodig. De nieuwe functie die je haar hebt gevraagd te aanvaarden is erg belangrijkvoor de toekomst van de afdeling. Ze is eerlijk genoeg om te bekennen dat ze wat onzeker is endat ze eraan twijfelt of ze die nieuwe functie wel aan kan.Je zou:
    • A. 

      Met haar over de functie praten en haar een hart onder de riem steken.

    • B. 

      De werkzaamheden die nodig zijn om de functie goed te vervullen precies op een rij zetten, deze benoemen en daarna goed toezicht houden op haar werk.

    • C. 

      Haar zelf laten bepalen of ze de baan wil en hoe ze de functie moet vervullen.

    • D. 

      Goed aangeven wat ze zou moeten gaan doen in de nieuwe functie, maar haar er ook toe brengen om alle ideeën die ze erover heeft ter tafel te brengen.

  • 8. 
    Situatie 8Een van jouw teamleiders is wat onzeker over een opdracht die jij hem gegeven hebt. Hij is erggoed in zijn werk en je weet dat hij de bekwaamheid heeft de opdracht efficiënt en succesvol uitte voeren.Je zou:
    • A. 

      Luisteren naar zijn zorgen en hem laten weten dat je vertrouwen stelt in zijn bekwaamheid om de opdracht succesvol af te ronden.

    • B. 

      Een uiteenzetting geven over de opdracht, zodat die helder is voor de medewerker en daarbij ideeën, voorstellen of suggesties van hem die nuttig kunnen zijn, meenemen.

    • C. 

      Hem precies vertellen wat hij moet doen om de opdracht tot een goed einde te brengen en hem dagelijks controleren.

    • D. 

      Hem zelf laten uitpluizen hoe hij de opdracht zelfstandig kan uitvoeren.

  • 9. 
    Situatie 9Jouw medewerkers hebben je in een werkoverleg gevraagd na te denken over een veranderingin hun werkschema. In het verleden heb je suggesties van hun kant altijd aangemoedigd. In ditgeval zijn jouw medewerkers ervan overtuigd dat er iets moet veranderen. Ze willen een anderwerkschema uitproberen en ze willen daarover ook wel concrete voorstellen doen. De meestemedewerkers van je afdeling zijn bekwaam en werken goed samen.Je zou:
    • A. 

      Hen betrekken bij het uitwerken van een nieuw werkschema en hen daarvoor in een werkoverleg voorstellen laten doen.

    • B. 

      Wel zelf een nieuw werkschema uitwerken, maar voorstellen van de medewerkers erin verwerken.

    • C. 

      De medewerkers zelf het nieuwe werkschema laten uitdenken en invoeren.

    • D. 

      Het nieuwe werkschema zelf bedenken en nauwlettend toezien op de invoering.

  • 10. 
    Situatie 10Je bent tien minuten te laat voor een vergadering met jouw medewerkers. Op grond vanervaring verwacht je dat ze nu flink aan het kletsen zijn over andere zaken dan werk. Als je op devergadering komt, wacht je een verrassing. De groep blijkt enthousiast te zitten praten over eenbepaalde opdracht. Deze opdracht is anders van aard dan andere taken waar jouw groep aangewerkt heeft.Je zou:
    • A. 

      De groep laten doorgaan waarmee ze bezig is, zonder directe begeleiding of sturing van jouw kant.

    • B. 

      Direct het heft in handen nemen en de vergadering leiden.

    • C. 

      De groepsdiscussie en het meepraten van een ieder stimuleren, maar het gesprek wel sturen naar een eindconclusie.

    • D. 

      De groep laten doorgaan met praten over de opdracht en zelf zoveel mogelijk luisteren en steun geven.

  • 11. 
    Situatie 11Een medewerker van jouw afdeling heeft een goede staat van dienst. Hij heeft weinigaanwijzingen nodig, maar je steunt en stimuleert hem wel. Hij heeft het komende jaar eigenlijkdezelfde taken als het vorige en je stelt hem de vraag hoe je het komende jaar leiding aan hemzult geven.Je zou:
    • A. 

      Hem in zijn werk blijven ondersteunen en stimuleren en hem de suggestie meegeven om meer concrete doelen te stellen voor zijn werk.

    • B. 

      Hem zelfstandig laten werken, waarbij hij zichzelf bijstuurt en motiveert.

    • C. 

      Met hem praten over werk, hem nog even instrueren over het werk dat hij onder handen heeft en hem wijzen hoe belangrijk de richtlijnen en deadlines zijn.

    • D. 

      Met hem praten en samen doelen en normen stellen over het komende jaar.

  • 12. 
    Situatie 12In het verleden werkte je nauw samen met je medewerkers. Je instrueerde en ondersteundehen. De productiviteit is hoog en de mensen gaan goed met elkaar om. Hun bekwaamhedenonderkennend, wil je dat ze nu meer zelfstandig gaan werken. Je hebt jouw eigen aandacht enenergie intussen met succes gericht op nieuwe werkterreinen en jouw medewerkers boekengoede resultaten. Je moet hen nu vragen er meer werk bij te accepteren.Je zou:
    • A. 

      Zorgen dat ze precies weten wat ze moeten doen, het werk verdelen en hen goed controleren.

    • B. 

      Hen werk opdragen, hen vertellen dat je tevreden bent met hun vroegere resultaten en zeggen dat je ervan overtuigd bent dat ze het nieuwe werk ook goed zullen doen.

    • C. 

      Ervoor zorgen dat ze precies weten wat je wilt dat ze doen, maar goede voorstellen van hun kant erin verwerken.

    • D. 

      Hen zelf laten bepalen hoe ze het nieuwe werk zullen uitvoeren.

  • 13. 
    Situatie 13Je hebt er kort geleden een nieuwe medewerkster bij gekregen. Zij zal een belangrijke functie opjouw afdeling krijgen. Ook al is zij onervaren en mist zij wat zelfvertrouwen op dit terrein, jijvoelt dat zij ‘het’ heeft om de baan goed aan te kunnen.Je zou:
    • A. 

      Haar zelf laten bepalen hoe de baan kan worden aangepakt.

    • B. 

      Haar heel duidelijk vertellen wat de baan allemaal met zich meebrengt en wat je van haar verwacht. Daarna zou je goed toezicht op haar houden.

    • C. 

      Haar laten weten wat je wilt dat zij doet, maar wel onderzoeken of zij zelf soms voorstellen of suggesties heeft en daarover praten.

    • D. 

      Haar moed inpraten om de functie goed uit te voeren.

  • 14. 
    Situatie 14Jouw chef heeft je opdracht gegeven de productiviteit van jouw afdeling met 10% te verhogen.Je weet dat dit wel kan, maar het vereist dan wel jouw volle inzet. Om hier tijd genoeg voor tehebben, moet je een opdracht waaraan je bezig bent, - het ontwerpen van een nieuwkostenbeheersingsysteem - aan één van jouw medewerkers overdragen. Je denkt hierbij aanéén bepaald persoon. Hij heeft behoorlijke ervaring met kostenbeheersingsystemen, maar jeweet dat hij zich toch wat onzeker voelt om deze taak helemaal alleen uit te voeren.Je zou:
    • A. 

      Met hem hierover gaan praten en hem stimuleren en activeren.

    • B. 

      Het aan hem overdragen en daarna met hem hierover praten, hem vertellen hoe je wilt dat het gedaan wordt en kijken of hij hierover nog nadere ideeën heeft.

    • C. 

      Het werk aan hem overdragen en een uitgebreide memo voorbereiden waarin alle stappen worden uitgelegd die gezet moeten worden om het rond te krijgen.

    • D. 

      Zorgen dat hij het overneemt en hem zelf laten bepalen hoe hij het gaat doen.

  • 15. 
    Situatie 15Eén van jouw medewerkers heeft een voorstel gedaan tot verandering van de werkzaamhedenvan één van jouw werkeenheden. Zijn opmerking snijdt hout, vindt je. In het verleden is hij metgoede voorstellen gekomen. Bovendien kan hij ze ook goed effectueren. Je hebt vertrouwen inzijn bekwaamheden.Je zou:
    • A. 

      Het voorstel overnemen en hem instrueren en begeleiden bij het invoeren ervan.

    • B. 

      Met hem over het voorstel praten en hem ondersteunen en motiveren bij het invoeren ervan.

    • C. 

      De invoering organiseren, hem om meer ideeën vragen en als ze redelijk zijn ze erin betrekken.

    • D. 

      Hem de verantwoordelijkheid geven voor het uitvoeren van het voorstel zonder inmenging.

  • 16. 
    Situatie 16Je hebt de leiding over een groep. Door ziekte in je familie was je gedwongen de eerste tweevergaderingen van de groep te verzuimen. Toen je er bij de derde vergadering wel bij was,merkte je dat de groep goed functioneerde en goede vooruitgang boekte. Je bent wat onzekerover wat jouw positie en jouw rol nu zou moeten zijn in de groep.Je zou:
    • A. 

      De vergadering bijwonen en de groep net zo laten werken als zij de eerste twee vergaderingen heeft gedaan.

    • B. 

      Het voorzitterschap van de groep ter hand nemen en de activiteiten van de vergadering gaan sturen.

    • C. 

      De groep laten voelen dat men tot nu toe goed gewerkt heeft, dat je blij bent met de betrokkenheid en dat het werk dat men doet belangrijk is voor het bedrijf.

    • D. 

      De groep leiden en steunen, maar zorgen voor een maximale bijdrage van de deelnemers en deze ook zoveel mogelijk honoreren.

  • 17. 
    Situatie 17Jouw groepsleiders zijn erg bekwaam en in staat zelfstandig te werken. Je hebt ze over hetalgemeen hun gang laten gaan en belangrijke verantwoordelijkheden naar hen gedelegeerd.Hun prestaties zijn uitstekend. Hoe ga je verder?Je zou:
    • A. 

      Jouw medewerkers voortdurend blijven ondersteunen en activeren en zorgen voor een goed werkklimaat.

    • B. 

      De werkzaamheden van jouw medewerkers sturen en goed in het oog houden.

    • C. 

      Doorgaan de groep zelfstandig te laten werken.

    • D. 

      Hun activiteiten sturen, zorgen dat ze meepraten en nauw met hen samenwerken.

  • 18. 
    Situatie 18Jij en jouw medewerkers hebben samen besloten dat er een nieuwe werkprocedure op deafdeling moet worden ingevoerd. Dit is nodig om de stijging (op lange termijn) van de productieop te kunnen vangen. In het verleden wilden jouw medewerkers best nieuwe werkprocedurestoepassen. In het begin bleek echter steeds weer dat ze de noodzakelijke vaardighedenmisten.Je zou:
    • A. 

      De medewerkers goed leiding geven en sturen in het gebruik en de uitvoering van de nieuwe werkprocedure.

    • B. 

      Goed leiding geven aan de invoering van de nieuwe werkprocedure, maar de medewerkers betrekken in de discussies erover en hen, zo mogelijk suggesties laten doen.

    • C. 

      Met de medewerkers in een werkoverleg praten over de werkprocedure en hun medewerking, betrokkenheid en inzet aanmoedigen.

    • D. 

      De medewerkers zelfstandig de nieuwe procedures laten invoeren.

  • 19. 
    Situatie 19Je bent kortgeleden benoemd tot diensthoofd. Onder de vorige baas hebben jouw (nieuwe)medewerkers redelijk goed gewerkt. Ze waren gewend aan flink veel toezicht en steun. Sinds jede zaak heeft overgenomen, lijkt het wel of de medewerkers meer bezig zijn met socialeactiviteiten dan met het waarmaken van hun verantwoordelijkheden. Het werk is tot nu toemagertjes.Je zou:
    • A. 

      De afnemende kwaliteit van het werk met de medewerkers bespreken in een prettige sfeer en hen aanmoedigen om te komen tot corrigerende maatregelen.

    • B. 

      Hun goed hun taken en verantwoordelijkheden voorhouden en daarna hun werk goed in de gaten houden en controleren.

    • C. 

      De medewerkers zelf hun taken en verantwoordelijkheden laten invullen (daar zijn ze best toe in staat).

    • D. 

      Corrigerende acties die je nodig acht organiseren en daarnaast ook een open oor blijven houden voor signalen en suggesties van medewerkers.

  • 20. 
    Situatie 20Eén van jouw medewerksters wil graag een nieuw takenpakket. Dat kan wel, maar ze heeftweinig ervaring op het gebied waarop ze wil werken. Ze heeft goed werk gedaan in anderetaken die haar gegeven hebt.Je zou:
    • A. 

      Haar goed uitleggen wat ze moet doen, wat de nieuwe taak inhoudt en haar enthousiasme voor de taak stimuleren.

    • B. 

      Haar het nieuwe werk geven en haar zelf laten bepalen hoe ze dit het beste kan aanpakken; zelfstandig werkt ze het best.

    • C. 

      Haar aanmoedigen om de baan te proberen en haar daarin steunen en activiteiten.

    • D. 

      Haar precies vertellen wat ze moet doen om het werk succesvol af te ronden en haar goed in het oog te houden.