Welke Romeinse God Ben Jij?

5 Vragen

Please wait...
Welke Romeinse God Ben Jij?

Maak de quiz en ontdek onder welke orde jij zal vallen!


Questions and Answers
  • 1. 
    Je moet samenwerken met een groep, maar jullie komen een probleem tegen. Wat is jouw rol in het oplossen van dit probleem?
    • A. 

      Je neemt het voortouw en zorgt ervoor dat iedereen wat doet.

    • B. 

      Je wacht af tot iemand jou verteld wat je moet doen, en gaat dan aan de slag.

    • C. 

      Je probeert het probleem eerst zelf op te lossen.

    • D. 

      Je hoopt het probleem op te lossen door je groep aan te sporen goed samen te werken.

  • 2. 
    Je hebt een relatie met iemand, maar je wordt verliefd op een ander. Wat doe je?
    • A. 

      Je laat je geliefde stikken en gaat er met de ander vandoor.

    • B. 

      Je wilt de ander niet kwetsen, maar deelt hem/haar wel mede verliefde te zijn op een ander.

    • C. 

      Je negeert je gevoelens en hoopt de ander te vergeten.

    • D. 

      Je probeert een tijdje met beide uit te gaan, in de hoop dat je gevoel je vertelt wie de juiste is.

  • 3. 
    Iemand op straat vraagt om jouw hulp; zij moet even pinnen bij de bank, maar kan haar hond en tas niet mee naar binnen nemen. Wat doe je?
    • A. 

      Je zegt 'natuurlijk', maar bind de hond vast aan een paal met de tas er pal naast.

    • B. 

      Je zegt 'natuurlijk' en wacht keurig tot de vrouw klaar is en je geeft haar de bezittingen terug.

    • C. 

      Je legt de vrouw uit dat je het druk hebt. Je hebt geen tijd om op spullen te letten.

    • D. 

      Je past op de hond en de tas, maar laat de kans niet ongemoeid om even aandacht te trekken met de hond.

  • 4. 
    Je staat in de rij, het duurt lang, kinderen om je heen huilen en de voorste klant blijft maar zeuren. Wat nu?
    • A. 

      Je zucht even diep en telt tot 10, maar je blijft wel staan.

    • B. 

      Je besluit dat het te lang duurt en je komt een andere keer wel terug.

    • C. 

      Je roept naar de vrouw dat ze niet moet zeuren in de hoop dat de rij snel oplost.

    • D. 

      Je probeert naar voren te komen met de smoes' ik heb veel minder dan u'.

  • 5. 
    Je geeft een feestje. Wat voor feestje wordt het?
    • A. 

      Een halloweenfeest!

    • B. 

      Een avondje film kijken met je beste vrienden.

    • C. 

      Je geeft een groot feest bij jouw thuis.

    • D. 

      Gezellig stappen met een grote groep.