Volleybal 1ste Graad

10 Questions | Total Attempts: 47

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Volleybal 1ste Graad

Deze quiz handelt over algemene weetjes over volleybal en is gericht naar leerlingen van de 1ste graad van het secundair onderwijs. Onderstaande vragen hebben betrekking op het reeds geziene filmpje. Er worden 10 meerkeuzevragen gesteld, waarbij telkens slechts 1 antwoord correct is. Veel succes!


Questions and Answers
  • 1. 
    Met hoeveel spelers staat een ploeg op het veld bij volleybal?
    • A. 

      4 spelers

    • B. 

      5 spelers

    • C. 

      6 spelers

    • D. 

      7 spelers

  • 2. 
    Hoeveel keer mag je de bal maximaal aanraken?
    • A. 

      2 keer

    • B. 

      3 keer

    • C. 

      4 keer

    • D. 

      5 keer

  • 3. 
    Op welke hoogte staat de coach van het team naast het veld?
    • A. 

      Ter hoogte van het net

    • B. 

      Ter hoogte van het voorveld

    • C. 

      Ter hoogte van de 3-meterlijn

    • D. 

      Ter hoogte van het achterveld

  • 4. 
    Hoeveel voorspelers en hoeveel achterspelers zijn er bij volleybal?
    • A. 

      3 voor- en 3 achterspelers

    • B. 

      2 voor- en 4 achterspelers

    • C. 

      4 voor- en 2 achterspelers

    • D. 

      2 voor-, 1 midden- en 2 achterspelers

  • 5. 
    Hoe staat de scheidsrechter naast het veld?
    • A. 

      Op een scheidsrechterskruk

    • B. 

      Op een scheidsrechtersstoel

    • C. 

      Op de grond

    • D. 

      Op een scheidsrechtersladder

  • 6. 
    Hoeveel spelers kan/mag een spelverdeler aanspelen tijdens het spel?
    • A. 

      2 spelers

    • B. 

      3 spelers

    • C. 

      4 spelers

    • D. 

      5 spelers

  • 7. 
    In het filmpje werd een ace getoond, wat is een dit?
    • A. 

      Als iemand het net raakt.

    • B. 

      Een opslag die in één keer de grond raakt.

    • C. 

      Een opslag die in het net geslagen wordt.

    • D. 

      Een aanval dat niemand kan pakken.

  • 8. 
    Hoe duidt de scheidsrechter aan welke ploeg een punt heeft gemaakt?
    • A. 

      Hij steekt zijn arm uit naar de kant met de ploeg die scoorde.

    • B. 

      Hij steekt een vlag uit naar de kant met de ploeg die scoorde.

    • C. 

      Hij steekt zijn vinger uit naar de kant met de ploeg die scoorde.

    • D. 

      Hij steekt zijn arm op naar de kant met de ploeg die scoorde.

  • 9. 
    Hoeveel sets moet een bepaalde ploeg winnen om het volledige spel te winnen?
    • A. 

      2 sets

    • B. 

      3 sets

    • C. 

      4 sets

    • D. 

      5 sets

  • 10. 
    Welke kleuren had de nieuwe bal van Mikasa?
    • A. 

      Geel en rood

    • B. 

      Blauw en groen

    • C. 

      Geel en blauw

    • D. 

      Rood en groen