Vetten En Cholesterol (Moeilijk)

20 Vragen | Total Attempts: 48

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Vetten En Cholesterol (Moeilijk)

Hoeveel weet jij over vetten en cholesterol? Test je kennis met deze unieke quiz! De quiz bestaat uit 20 multiple choice vragen. Succes!


Questions and Answers
  • 1. 
    (In welke klasse worden vetten gewoonlijk ingedeeld?
    • A. 

      Verzadigd en enkelvoudig onverzadigd

    • B. 

      Omega-3, omega-6 en omega-9 vetten

    • C. 

      Verzadigd, enkelvoudig onverzadigd, meervoudig onverzadigd en transvetten

    • D. 

      Verzadigd, enkelvoudig onverzadigd, meervoudig onverzadigd en omega-3 vetten

  • 2. 
    Welke van de volgende acties zal de beste invloed op de totale gezondheid van je cholesterol hebben?
    • A. 

      LDL verlagen

    • B. 

      LDL en totaal cholesterol verlagen

    • C. 

      HDL verhogen

    • D. 

      Totaal cholesterol verhogen en triglyceriden verlagen

    • E. 

      Totaal cholesterol verlagen en HDL verhogen

  • 3. 
    Welke functie van cholesterol hoort niet in het rijtje thuis?
    • A. 

      De celwand ondersteunen

    • B. 

      LDL uit het bloed verwijderen

    • C. 

      Antioxidant

  • 4. 
    Beschouw de volgende 2 stellingen: A.    verzadigde vetten verhogen je HDL B.    verzadigde vetten bevatten meer calorieën dan onverzadigde vetten  Welke uitspraak over bovenstaande stellingen is waar?
    • A. 

      Stelling A is juist, stelling B is onjuist

    • B. 

      Stelling B is juist, stelling A is onjuist

    • C. 

      Beide stellingen zijn juist

    • D. 

      Beide stellingen zijn onjuist

  • 5. 
    Beschouw de volgende 2 stellingen:   A.    verzadigde vetten zijn in verband gebracht met een hoger risico op hart- en vaatziekten B.    verzadigde vetten verlagen je LDL/HDL ratio  Welke uitspraak over bovenstaande stellingen is waar?
    • A. 

      Stelling A is juist, stelling B is onjuist

    • B. 

      Stelling B is juist, stelling A is onjuist

    • C. 

      Beide stellingen zijn juist

    • D. 

      Beide stellingen zijn onjuist

  • 6. 
    In het rijtje hiernaast staat één foute uitspraak. Welke?
    • A. 

      Transvetten verlagen het totaal cholesterol

    • B. 

      Transvetten verhogen je LDL-cholesterol

    • C. 

      EPA is een vetzuur uit de omega-3 familie

    • D. 

      Verzadigde vetten zijn slecht voor je HDL-cholesterol

  • 7. 
    Welk vetzuur komt procentueel het meeste voor in ongeraffineerde kokosolie?
    • A. 

      Laurinezuur

    • B. 

      Stearinezuur

    • C. 

      Oliezuur

    • D. 

      Palmitinezuur

  • 8. 
    Welke van de volgende vetzuren wordt het snelst voor energie gebruikt?
    • A. 

      DHA

    • B. 

      Oliezuur

    • C. 

      Linolzuur

    • D. 

      Capronzuur

  • 9. 
    Welke van de volgende soorten cholesterol heeft de laagste dichtheid?
    • A. 

      LDL

    • B. 

      HDL

    • C. 

      IDL

    • D. 

      VLDL

  • 10. 
    Bepaalde vetzuren zijn in staat het HDL te verhogen. Welk soort vetzuren verhogen je HDL relatief het meest?
    • A. 

      Meervoudig onverzadigde vetzuren

    • B. 

      Enkelvoudig onverzadigde vetzuren

    • C. 

      Verzadigde vetzuren

    • D. 

      Omega-6-vetzuren

  • 11. 
    Transvetten worden door de voedingsindustrie geproduceerd omwille van hun gewenste eigenschappen in bvb koek en gebak. Welke uitspraak over transvetten klopt niet?
    • A. 

      Transvetten verlagen de testosteronspiegel bij mannen

    • B. 

      Transvetten bevatten onverzadigde koolstofverbindingen

    • C. 

      Transvetten verlagen het LDL-cholesterol

    • D. 

      Transvetten versnellen astma-ontwikkeling bij kinderen

  • 12. 
    Als je lichaamsvet wilt verbranden, welke van de volgende antwoordmogelijkheden gaat je hierbij dan waarschijnlijk het beste helpen?
    • A. 

      Zo weinig mogelijk calorieën eten

    • B. 

      Zo weinig mogelijk geraffineerde koolhydraten eten

    • C. 

      Zorgen dat je altijd nét iets meer koolhydraten dan vetten eet

    • D. 

      Zo weinig mogelijk vet eten

  • 13. 
    Welke van de volgende vetzuren is géén onverzadigd vetzuur?
    • A. 

      Elaïdinezuur

    • B. 

      Caprylzuur

    • C. 

      Docosahexaeenzuur

    • D. 

      Eicosapentaeenzuur

  • 14. 
    Beschouw de volgende stellingen: 1)     Een calorie is de hoeveelheid energie die nodig is om 1 gram water 1 graad Celsius in temperatuur te laten stijgen 2)     Het maakt niet uit of je meer calorieën uit vet of eiwit of koolhydraten haalt: teveel calorieën leiden altijd tot vetopslag in het lichaam.  Welke van de volgende uitspraken over deze stellingen is waar?
    • A. 

      Zowel stelling A als B zijn juist

    • B. 

      Alleen stelling A is juist

    • C. 

      Alleen stelling B is juist

    • D. 

      Geen van beide stellingen zijn juist.

  • 15. 
    Verzadigde vetten en transvetten worden vaak in één zin genoemd (zoals deze). Welke uitspraak over deze twee vetten klopt?
    • A. 

      Trans- en verzadigde vetten verhogen beide het HDL-cholesterol

    • B. 

      Transvetten verlagen en verzadigde vetten verhogen het LDL-cholesterol

    • C. 

      Transvetten verslechteren het totale cholesterolprofiel, verzadigde vetten verbeteren het totale cholesterolprofiel

    • D. 

      De onverzadigde koolstofbindingen in transvetten zijn altijd van het cis-type.

  • 16. 
    Welke uitspraak over vetten klopt niet?
    • A. 

      Vetten bevatten gemiddeld 9 kcal per gram

    • B. 

      Verzadigde vetten bevatten over het algemeen meer calorieën dan onverzadigde

    • C. 

      Stearinezuur heeft meer koolstofatomen dan boterzuur

    • D. 

      Een vetmolecuul kun je ook een triglyceride noemen.

  • 17. 
    Als ik tot doel had mijn HDL-cholesterol te verhogen, dan is de volgende optie het beste:
    • A. 

      Vetten vervangen voor koolhydraten

    • B. 

      Eiwit vervangen voor koolhydraten

    • C. 

      Minder eieren eten

    • D. 

      Koolhydraten vervangen voor verzadigde vetten

  • 18. 
    Wat is het meestvoorkomende vetzuur in olijfolie?
    • A. 

      Cysteïnezuur

    • B. 

      Salpeterzuur

    • C. 

      Oliezuur

    • D. 

      Olaanzuur

  • 19. 
    Bevat vis verzadigd vet?
    • A. 

      Ja

    • B. 

      Nee

  • 20. 
    Welke van de volgende soorten vetzuren komt percentueel het meest voor in de vetafzettingen van zieke aderen (bij aderplaques)?
    • A. 

      Meervoudig onverzadigde vetzuren

    • B. 

      Omega-9-vetzuren

    • C. 

      Transvetzuren

    • D. 

      Verzadigde vetzuren

    • E. 

      Enkelvoudig onverzadigde vetzuren

Back to Top Back to top