Steden

27 Vragen | Total Attempts: 154

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Steden

Deze quiz gaat over het thema Steden. We wensen je veel plezier en succes bij het beantwoorden van de vragen.


Questions and Answers
  • 1. 
    De meeste vrouwen woonden in de middeleeuwen in de stad. 
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 2. 
    Een jaarmarkt was heel saai.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 3. 
    Vrouwen konden lid worden van een gilde.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 4. 
    Steden werden altijd bij rivieren gebouwd.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 5. 
    Als er een stadsmuur werd gebouwd, moesten alle kinderen stenen dragen. 
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 6. 
    Waar ontstonden de middeleeuwse steden? Er zijn meerdere antwoorden goed.
    • A. 

      Bij een kasteel

    • B. 

      Bij een kruispunt van wegen of bij een kruispunt van een weg en een rivier

    • C. 

      Bij een dorp

    • D. 

      Bij een kerk

    • E. 

      Op een hoger gelegen plaats

  • 7. 
    Alle inwoners van een middeleeuwse stad samen noem je:
    • A. 

      Rakkers

    • B. 

      Poorters

    • C. 

      Burgemeesters

    • D. 

      Schepenen

  • 8. 
    Door wie werd de kasteelheer vertegenwoordigd?
    • A. 

      Door de schout

    • B. 

      Door de schepenen

    • C. 

      Door de poorters

  • 9. 
    Hoe werden de Nederlanden rond 1400 ook wel genoemd?
    • A. 

      Nederland

    • B. 

      Belgiƫ

    • C. 

      Nederland en Belgiƫ

    • D. 

      De Republiek

    • E. 

      De Lage Landen

  • 10. 
    Alleen meesters konden lid worden van een gilde.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 11. 
    Een gildenmeester mocht zijn eigen gereedschap gebruiken.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 12. 
    Vrouwen werkten niet in de middeleeuwse stad.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 13. 
    Een leerling werd later gezel.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 14. 
    Wat was de belangrijkste markt?
    • A. 

      De Eiermarkt

    • B. 

      De Grote Markt

    • C. 

      De Beestenmarkt

    • D. 

      De Botermarkt

    • E. 

      De Vismarkt

  • 15. 
    In welke tijd speelde het thema 'Steden'?
    • A. 

      Jagers en boeren

    • B. 

      Monniken, ridders, steden en staten

    • C. 

      Grieken en Romeinen

    • D. 

      Ontdekkingsreizen

  • 16. 
    Van welk gilde was dit huis?
    • A. 

      Handbooggilde

    • B. 

      Slagersgilde

    • C. 

      Pottenmakersgilde

    • D. 

      Kuipersgilde

    • E. 

      Bakkersgilde

  • 17. 
    Van welk gilde was dit huis?
    • A. 

      Kuipersgilde

    • B. 

      Bakkersgilde

    • C. 

      Slagersgilde

    • D. 

      Handbooggilde

    • E. 

      Pottenmakersgilde

  • 18. 
    Van welk gilde was dit huis?
    • A. 

      Handbooggilde

    • B. 

      Kuipersgilde

    • C. 

      Bakkersgilde

    • D. 

      Pottenmakersgilde

    • E. 

      Slagersgilde

  • 19. 
    Welke ziekte moest je hebben gehad om de pest niet te krijgen?
    • A. 

      De bof

    • B. 

      Mazelen

    • C. 

      Pokken

    • D. 

      Lepra

  • 20. 
    Bij welke stand hoorde een bedelaar?
    • A. 

      Eerste stand

    • B. 

      Tweede stand

    • C. 

      Derde stand

  • 21. 
    Bij welke stand hoorde een koopman?
    • A. 

      Eerste stand

    • B. 

      Tweede stand

    • C. 

      Derde stand

  • 22. 
    Bij welke stand hoorde een ridder? 
    • A. 

      Eerste stand

    • B. 

      Tweede stand

    • C. 

      Derde stand

  • 23. 
    Bij welke stand hoorde een monnik?
    • A. 

      Eerste stand

    • B. 

      Tweede stand

    • C. 

      Derde stand

  • 24. 
    Door wie werden de stedelingen vertegenwoordigd?
    • A. 

      Door poorters

    • B. 

      Door rakkers

    • C. 

      Door schepenen

    • D. 

      Door schout

  • 25. 
    Wanneer kon een gezel meester worden?
    • A. 

      Nadat hij een flink bedrag had betaald.

    • B. 

      Nadat hij een meesterstuk had gemaakt.

    • C. 

      Pas wanneer hij daar oud genoeg voor was.

  • 26. 
    Hoe wordt de pest ook wel eens genoemd?
    • A. 

      Messina

    • B. 

      Kaffa

    • C. 

      Zwarte dood

  • 27. 
    Welke twee dieren hadden te maken met de verspreiding van de pest?
    • A. 

      Kat

    • B. 

      Hond

    • C. 

      Rat

    • D. 

      Vlo

    • E. 

      Vis