Quiz: Kwantumrevolutie Hoofdstuk 2

15 Questions

Settings
Please wait...
Quiz: Kwantumrevolutie Hoofdstuk 2

.


Questions and Answers
  • 1. 
    Verbind een term links met een term rechts.
    • A. Newton
    • A.
    • B. Maxwell
    • B.
    • C. voorspellen
    • C.
    • D. begintoestand
    • D.
  • 2. 
    Kies het (de) juiste antwoord(en). Uit de wetten van Newton volgt…
    • A. 

      Twee biljartballen trekken elkaar aan

    • B. 

      Alle voorwerpen hebben een massa

    • C. 

      Op de maan heeft een voorwerp een ander gewicht dan op aarde

    • D. 

      In het luchtledige is het gewicht van voorwerpen nul

  • 3. 
    Kies het (de) juiste antwoord(en). De zwaartekracht...
    • A. 

      Is een kracht tussen massa's

    • B. 

      Is een aantrekkende kracht

    • C. 

      Werkt enkel op de aarde

    • D. 

      Is in het luchtledige gelijk aan nul

  • 4. 
    Welke bewering(en) is (zijn) juist?
    • A. 

      In 1865 wordt Lewis Carroll vermoord

    • B. 

      In 1869 wordt het Suezkanaal opengesteld

    • C. 

      In 1863 opent de eerste metrolijn in London

    • D. 

      In 1859 maakt Darwin zijn wereldreis

  • 5. 
    Kies het (de) juiste antwoord(en). Elektrische ladingen...
    • A. 

      Zijn de oorzaak van elektrische stroom

    • B. 

      Komen in twee soorten voor

    • C. 

      Kunnen door wrijving vrijkomen

    • D. 

      Volgen de wetten van Newton niet

  • 6. 
    Verbind links met rechts
    • A. bliksem
    • A.
    • B. aantrekking
    • B.
    • C. afstoting
    • C.
    • D. wrijving
    • D.
  • 7. 
    Kies het (de) juiste antwoord(en). Elektriciteit wordt opgewekt door:
    • A. 

      Een koperdraad

    • B. 

      Een magneet

    • C. 

      Een magneet en een koperdraad

    • D. 

      Een dynamo

  • 8. 
    Plaats in stijgende chronologische volgorde.
    • A. 1
    • A.
    • B. 2
    • B.
    • C. 3
    • C.
    • D. 4
    • D.
  • 9. 
    Welke bewering is juist?
    • A. 

      Een golf is een trilling die zich voortbeweegt

    • B. 

      De frequentie is de afstand die een golf aflegt in 1s

    • C. 

      Hoe groter de frequentie, hoe groter de golflengte

    • D. 

      Een staande golf heeft golflengte nul

  • 10. 
    Kies het juiste antwoord. Elektronen hebben...
    • A. 

      Massa en een negatieve lading

    • B. 

      Massa en een positieve lading

    • C. 

      Geen massa en een positieve lading

    • D. 

      Geen massa en een negatieve lading

  • 11. 
    Verbind de gebeurtenis met de bijhorende datum.
    • A. Marx overlijdt
    • A.
    • B. Billy the Kid sterft
    • B.
    • C. Edison vindt fonograaf uit
    • C.
    • D. Eerste wolkenkrabber
    • D.
  • 12. 
    Kies het (de) juiste antwoord(en). De afstand tussen opeenvolgende knooppunten hangt af van...
    • A. 

      De intensiteit van de golf

    • B. 

      De afstand tussen de spleetjes

    • C. 

      De golflengte

    • D. 

      De afstand tussen de spleetjes en het scherm

  • 13. 
    Welke bewering(en) is (zijn) juist?
    • A. 

      Licht is een trilling van de lucht

    • B. 

      Twee lichtbundels kunnen elkaar uitdoven

    • C. 

      Licht is een elektromagnetische trilling

    • D. 

      Twee lichtbundels kunnen elkaar versterken

  • 14. 
    Verbind termen links met termen rechts.
    • A. Bliksem
    • A.
    • B. Elektrische turbine
    • B.
    • C. Golf
    • C.
    • D. Elektron
    • D.
  • 15. 
    Verbind de naam links met het verschijnsel rechts
    • A. Newton
    • A.
    • B. Maxwell
    • B.
    • C. Crookes
    • C.
    • D. Young
    • D.