Gvb Examen 2

20 Questions

Settings
Please wait...
Gvb Examen 2

Om te slagen moet u ten minste 15 vragen goed beantwoorden.  SUCCES!


Questions and Answers
  • 1. 
    STROKEPLAY.Uw bal ligt midden in een bunker vlak naast een takje. U haalt het takje weg en de bal verrolt daardoor. Wat zeggen de Regels?
    • A. 

      U moet de bal terugplaatsen. U krijgt één strafslag.

    • B. 

      U moet de bal terugplaatsen. U krijgt twee strafslagen

    • C. 

      U moet de bal terugplaatsen. U krijgt drie strafslagen.

    • D. 

      U moet de bal terugplaatsen. U krijgt vier strafslagen.

  • 2. 
    STROKEPLAY. De bal van uw medespeler ligt op de green. Hij put veel te hard en de bal dreigt de vlaggenstok te raken die achter de hole op de green ligt. U neemt ongevraagd de vlaggenstok op, zodat de bal ongestoord kan uitrollen. Wat zeggen de Regels?
    • A. 

      De slag moet niet geteld worden en de medespeler moet de slag opnieuw doen. Niemand krijgt straf.

    • B. 

      U krijgt twee strafslagen voor het beïnvloeden van de beweging van de bal van de medespeler en de medespeler moet de bal spelen zoals deze ligt.

    • C. 

      Zolang de bal van de medespeler beweegt, is hij verantwoordelijk voor alles wat met de vlaggenstok gebeurt. Hij krijgt twee strafslagen omdat een obstakel wordt opgepakt, terwijl zijn bal beweegt.

    • D. 

      De medespeler moet de bal spelen zoals deze ligt. Niemand krijgt straf.

  • 3. 
    STROKEPLAY.Uw bal ligt in een bunker. U adresseert en zet daarbij uw stok voorzichtig op het zand. Uw medespeler beweert dat u nu twee strafslagen bij uw score moet optellen. Heeft hij gelijk?
    • A. 

      Nee, in een bunker en in een waterhindernis mag u met uw stok de grond niet aanraken. U krijgt dan één strafslag.

    • B. 

      Nee, u mag altijd uw stok in het zand zetten. U krijgt hier geen strafslagen voor.

    • C. 

      Ja, in een bunker mag u bij het adresseren met uw stok de grond niet aanraken. U krijgt dan twee strafslagen.

    • D. 

      Nee, alleen in een waterhindernis mag u met uw stok de grond niet aanraken bij het adresseren.

  • 4. 
    STROKEPLAY. Nadat u een hole hebt uitgespeeld, slaat u op de green nog een paar oefenputts.Is dit toegestaan?
    • A. 

      Ja. U krijgt geen straf. Oefenputts na het beëindigen van de hole zijn toegestaan.

    • B. 

      Nee. U krijgt twee strafslagen. Deze moeten worden opgeteld bij de score van de juist beëindigde hole.

    • C. 

      Nee. U krijgt één strafslag. Deze moet worden opgeteld bij de score van de juist beëindigde hole.

    • D. 

      Nee. U krijgt twee strafslagen. Deze moeten worden opgeteld bij de score van de volgende hole.

  • 5. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY. Tijdens het zoeken naar de bal in het hoge gras trapt u per ongeluk tegen uw bal aan. Deze verrolt een klein stukje en ligt net op de fairway. Hoe moet u verder gaan?
    • A. 

      U moet de bal terugplaatsen op de plek waar hij lag, u krijgt hiervoor één strafslag.

    • B. 

      U mag de bal laten liggen en van die plek verder spelen. U krijgt hiervoor één strafslag.

    • C. 

      U mag de bal laten liggen en van die plek verder spelen. Er is niets aan de hand.

    • D. 

      U moet de bal terugplaatsen op de plek waar hij lag, u krijgt hiervoor geen straf.

  • 6. 
    Welke bewering is juist?
    • A. 

      Wanneer een hole is uitgespeeld, behoren de spelers onmiddellijk de green te verlaten.

    • B. 

      Spelers moeten zonder oponthoud spelen, maar hebben volgens de Golfregels het recht om vijf minuten naar hun bal te zoeken alvorens de achteropkomende partij door te laten.

    • C. 

      Vóórdat uw partij de green verlaat, moeten de scores gecontroleerd zijn en op de scorekaart worden genoteerd.

  • 7. 
    STROKEPLAY. Grond in Bewerking (GUR) wordt in het algemeen gemarkeerd door:
    • A. 

      Rode paaltjes

    • B. 

      Blauwe paaltjes

    • C. 

      Gele paaltjes

    • D. 

      Witte paaltjes

  • 8. 
    U maakt een oefenswing in de richting van uw medespeler. Mag dit volgens de Etiquette?
    • A. 

      Ja, mits uw medespeler niet kan worden geraakt door opvliegende stenen.

    • B. 

      Nee, want u kunt zijn veiligheid in gevaar brengen.

    • C. 

      Ja, mits u uw medespeler met uw stok niet kunt raken.

  • 9. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY.Een volgens de regels terug te plaatsen bal, moet worden teruggeplaatst door:
    • A. 

      De speler zelf.

    • B. 

      De speler, zijn partner of door diegene die daartoe door de speler is gemachtigd.

    • C. 

      De speler, zijn partner of diegene die de bal heeft opgenomen of bewogen.

    • D. 

      De speler of zijn partner.

  • 10. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY. In welke van de volgende gevallen mag u een provisionele bal spelen?
    • A. 

      Indien uw eerste bal waarschijnlijk onspeelbaar ligt.

    • B. 

      Indien uw bal waarschijnlijk in grond in bewerking ligt.

    • C. 

      Indien uw bal waarschijnlijk in een waterhindernis ligt.

    • D. 

      Indien uw eerste bal waarschijnlijk buiten de baan ligt.

  • 11. 
    STROKEPLAY. Een speler verwijdert gemaaid gras van zijn bal die op de fairway ligt. Wat is het gevolg?
    • A. 

      De speler krijgt één strafslag.

    • B. 

      Er volgt geen straf.

    • C. 

      De speler verliest de hole.

  • 12. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY. De bal van een speler ligt op de green. Er ligt wat zand tussen zijn bal en de hole. De speler verwijdert het zand. Wat nu?
    • A. 

      De speler heeft correct gehandeld. Hij krijgt geen straf.

    • B. 

      De speler mag zijn puttinglijn niet verbeteren. Hij krijgt één strafslag.

    • C. 

      De speler mag zijn puttinglijn niet verbeteren. Hij krijgt twee strafslagen.

  • 13. 
    STROKEPLAY. Uw bal ligt buiten een bunker tegen een hark. U neemt de hark voorzichtig weg, maar u beweegt daardoor per ongeluk de bal. Wat zeggen de Regels?
    • A. 

      U moet de bal terugplaatsen en u krijgt geen straf.

    • B. 

      U moet de bal terugplaatsen en u krijgt twee strafslagen.

    • C. 

      U moet de bal terugplaatsen en u krijgt één strafslag.

    • D. 

      U moet de bal spelen zoals hij ligt en u krijgt één strafslag.

  • 14. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY.Uw bal ligt in een drooggevallen vijver bij de green. Er staan GELE palen rond de drooggevallen vijver. Mag u nu gewoon uw bal slaan?
    • A. 

      Ja, u mag uw bal uit de waterhindernis slaan. U krijgt wel één strafslag.

    • B. 

      Ja, maar alleen om dat er geen water in de vijver staat.

    • C. 

      Ja u mag uw bal uit de waterhindernis slaan. U mag alleen niet 'grounden'.

    • D. 

      Nee, u mag uw bal niet uit een waterhindernis slaan.

  • 15. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY. Uw bal ligt op de green. Tussen uw bal en de hole ligt een plas (tijdelijk water). Wat mag u doen?
    • A. 

      U mag de bal zonder straf droppen zo dicht mogelijk bij de plek waar de bal lag op de green of, indien het zo uitkomt, buiten de green op een punt dat (a) niet dichterbij de hole ligt, waar (b) belemmering door de plas zoveel mogelijk wordt vermeden, en dat (c) niet in een hindernis ligt.

    • B. 

      U moet de bal zonder straf op de green plaatsen op een punt dat (a) niet dichterbij de hole ligt en waar (b) belemmering door de plas geheel wordt vermeden.

    • C. 

      U mag de bal zonder straf plaatsen zo dicht mogelijk bij de plek waar de bal lag op de green of, indien het zo uitkomt, buiten de green op een punt dat (a) niet dichterbij de hole ligt, (b) waar belemmering door de plas zoveel mogelijk wordt vermeden, en dat (c) niet in een hindernis ligt.

  • 16. 
    Wat moet een speler volgens de Etiquette doen om de baan in goede conditie te houden?
    • A. 

      De bunker aanharken, voordat hij de bunker verlaat.

    • B. 

      Een divot in de rough niet terugleggen.

    • C. 

      Op zijn putter leunen op de green.

    • D. 

      De bal met de putter uit de hole halen.

  • 17. 
    STROKEPLAY, MATCHPLAY. U slaat met uw tweede slag uw bal in een laterale waterhindernis (begrensd door RODE paaltjes). Wat mag u doen?
    • A. 

      U mag een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek vanwaar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld. U krijgt één strafslag

    • B. 

      U mag een bal droppen binnen twee stoklengten van het punt waar de bal het laatst de grens van de waterhindernis kruiste, maar niet dichterbij de hole. U krijgt twee strafslagen.

    • C. 

      U mag een bal droppen zo dicht mogelijk bij het punt waar de bal het laatst de grens van de waterhindernis kruiste, maar niet dichterbij de hole. U krijgt twee strafslagen.

  • 18. 
    STROKEPLAY. De paaltjes die de grens van grond in bewerking markeren, bevinden zich:
    • A. 

      Binnen de grond in bewerking.

    • B. 

      Buiten de grond in bewerking.

    • C. 

      Half binnen en half buiten de grond in bewerking.

  • 19. 
    STROKEPLAY. Uw bal ligt op de baan tegen een wit paaltje dat de grenslijn van buiten de baan markeert.Wat zeggen de Regels?
    • A. 

      Het paaltje is een vast obstakel. U mag de bal droppen binnen één stoklengte van het paaltje, niet dichterbij de hole. U krijgt geen straf.

    • B. 

      Het paaltje is een los obstakel. U mag het paaltje wegnemen en vervolgens de bal slaan. U krijgt geen straf.

    • C. 

      Het paaltje is geen obstakel. U moet of de bal spelen zoals hij ligt, of u mag de bal onspeelbaar verklaren en vervolgens handelen volgens Regel 28 (Onspeelbare Bal).

    • D. 

      Het paaltje is een vast obstakel. U mag de bal droppen binnen twee stoklengten van het paaltje, niet dichterbij de hole. U krijgt geen straf.

  • 20. 
    Speler A heeft EGA Handicap 25,1 en speelt een Stableford-wedstrijd.De speler krijgt 28 handicapslagen. Zijn bruto score is op de scorekaart afgedrukt.Bereken het aantal Stablefordpunten dat hij over 9 holes heeft behaald.
    • A. 

      19 punten

    • B. 

      20 punten

    • C. 

      21 punten

    • D. 

      22 punten

    • E. 

      23 punten