Dsv En O: Spelregels 002

10 Vragen | Total Attempts: 129

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Dsv En O: Spelregels 002

.


Questions and Answers
  • 1. 
    Nadat de scheidsrechter het teken voor het nemen van een strafschop heeft gegeven en vóórdat de bal in het spel is maakt de nemer van de strafschop na afloop van zijn aanloop een schijnbeweging en hij trapt de bal vervolgens in het doel.Wat moet de scheidsrechter beslissen?  
    • A. 

      Hij laat een aftrap nemen na een geldig doelpunt.

    • B. 

      Hij laat de strafschop overnemen.

    • C. 

      Hij laat de strafschop overnemen en toont een gele kaart aan de nemer.

    • D. 

      Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij vanaf de plaats van de overtreding en toont een gele kaart aan de nemer.

  • 2. 
    Er vindt een wissel plaats. Welke spelhervatting(en) mag de wisselspeler uitvoeren als hij het speelveld eerst heeft betreden?
    • A. 

      Inworp.

    • B. 

      Inworp of hoekschop.

    • C. 

      Inworp, hoekschop of indirecte vrije schop.

    • D. 

      Alle spelhervattingen.

  • 3. 
    Wanneer is een fluitsignaal nodig?
    • A. 

      Bij het toekennen van een doelpunt.

    • B. 

      Om het spel te hervatten nadat het spel onderbroken is voor het tonen van een kaart.

    • C. 

      Om het spel te laten hervatten met een vrije schop.

    • D. 

      Bij het toekennen van een hoekschop.

  • 4. 
    Voordat op het middenveld een vrije schop wordt genomen ziet de assistent-scheidsrechter dat een verdediger in zijn eigen strafschopgebied een tegenstander een klap in het gezicht geeft en steekt de vlag in de lucht. Echter, de vrije schop wordt genomen en pas dán reageert de scheidsrechter omdat hij via de headset door de assistent-scheidsrechter wordt geïnformeerd en hij fluit af. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
    • A. 

      Rode kaart voor de verdediger en het spel hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel weer werd onderbroken.

    • B. 

      Rode kaart voor de verdediger en het spel laten hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

    • C. 

      Rode kaart voor de verdediger en het spel laten hervatten met een strafschop.

    • D. 

      Hervatten met een scheidsrechtersbal.

  • 5. 
    Net buiten het strafschopgebied wordt een aanvaller door een tegenstander bij zijn shirt vastgepakt omdat de aanvaller hem dreigt te passeren. Op de lijn van het strafschopgebied laat de tegenstander de aanvaller weer los, waardoor de aanvaller valt. De scheidsrechter fluit af en moet: 
    • A. 

      Een directe vrije schop toekennen.

    • B. 

      Een directe vrije schop toekennen en de verdediger de gele kaart of rode kaart tonen.

    • C. 

      Een strafschop toekennen.

    • D. 

      Een strafschop toekennen en de verdediger een gele kaart of rode kaart tonen.

  • 6. 
    Een verdediger speelt een directe vrije schop van buiten zijn eigen strafschopgebied terug naar zijn doelman. De doelman let niet op en de bal verdwijnt achter hem in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
    • A. 

      Aftrap na geldig doelpunt.

    • B. 

      Hoekschop.

    • C. 

      Directe vrije schop overnemen.

    • D. 

      Doelschop.

  • 7. 
    De nemer van een strafschop komt tijdens zijn aanloop ten val, maar krabbelt snel op en na enkele passen schiet hij de bal in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen? 
    • A. 

      Hij kent het doelpunt toe en laat aftrappen.

    • B. 

      Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

    • C. 

      Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije voor de tegenpartij.

    • D. 

      Hij keurt het doelpunt af, toont de nemer van de strafschop een gele kaart en laat de strafschop overnemen.

  • 8. 
    Een doelverdediger wil de bal uitwerpen maar de gladde bal glijdt uit zijn handen. Een aanvaller komt nu snel toegelopen maar de doelverdediger ziet echter nog net kans om de bal uit zijn doelgebied weg te slaan, voordat de aanvaller de bal in het doel kan trappen. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
    • A. 

      Hij fluit af, toont de doelverdediger de rode kaart wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer speelde.

    • B. 

      Hij fluit af, toont de doelverdediger de rode kaart wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans en laat het spel hervatten met een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer speelde.

    • C. 

      Hij fluit af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de doelverdediger de bal voor de tweede keer speelde.

    • D. 

      Hij laat doorspelen omdat de bal per ongeluk de bal uit de handen van de doelverdediger gleed.

  • 9. 
    Op het moment dat de bal in het doelgebied is, raken twee spelers van verschillende teams met elkaar in gevecht op de rand van het strafschopgebied. De scheidsrechter onderbreekt het spel en toont beide spelers de rode kaart. Hoe en waar moet hij nu het spel hervatten?
    • A. 

      Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

    • B. 

      Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn zo dicht mogelijk bij de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

    • C. 

      Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op een willekeurige plaats in het doelgebied.

    • D. 

      Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar het gevecht plaatsvond.

  • 10. 
    Bij een inworp blijft de inwerper zodanig lang met de bal in zijn handen staan, dat de scheidsrechter besluit om te fluiten en hem een gele kaart te tonen wegens tijdrekken. Hoe moet het spel hierna worden hervat?
    • A. 

      Met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.

    • B. 

      Met een directe vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.

    • C. 

      Met een inworp voor dezelfde partij.

    • D. 

      Met een inworp voor de tegenpartij.

Back to Top Back to top