Brommerexamen 1

30 Vragen

Settings
Please wait...
Brommerexamen 1

Questions and Answers
  • 1. 
    Het is het beste om de bandenspanning te meten met een warmgereden band.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 2. 
    In een tunnel kun je het beste...
    • A. 

      Mistlichten gebruiken voor beter zicht.

    • B. 

      Groot licht gebruiken voor beter zicht.

    • C. 

      Dimlichten gebruiken voor beter zicht.

    • D. 

      Zonder lichten rijden om tegenliggers niet te verblinden.

  • 3. 
    Je mag met een brommer op een autoweg rijden, als je daarmee een minimumsnelheid van 50 kilometer per uur kan halen.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 4. 
    Welke beweringen rond de brommobiel zijn niet waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      De maximumsnelheid voor een brommobiel is 45 kilometer per uur.

    • B. 

      Een brommobiel mag niet op het trottoir parkeren.

    • C. 

      Om een brommobiel te besturen moet je in het bezit zijn van een geldig rijbewijs B.

    • D. 

      De gordeldraagplicht is voor een brommobiel niet van toepassing

  • 5. 
    Met een passagier achterop wordt je remafstand korter dan als je alleen rijdt.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 6. 
    Bij het beginnersrijbewijs krijg je strafpunten als je wordt aangehouden.... (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Vanwege bumperkleven

    • B. 

      Een snelheidsoverschrijding van meer dan dertig kilometer per uur

    • C. 

      Een ongeval waarbij doden of gewonden zijn gevallen

    • D. 

      Vanwege rijden onder invloed

  • 7. 
    Als je niets gedronken hebt, dan.....
    • A. 

      Ben je toch verplicht mee te werken aan een alcoholcontrole

    • B. 

      Hoef je niet mee te werken aan een alcoholcontrole

  • 8. 
    Wat is waar rond het maximale aantal decibel wat een brommer en snorfiets mogen maken bij een controle door de politie? (meer antwoorden mogelijk)
    • A. 

      De snorfiets mag niet meer dan 90 decibel produceren bij een geluidsmeting

    • B. 

      De brommer mag niet meer dan 97 decibel produceren bij een geluidsmeting

    • C. 

      Beide mogen niet meer dan 90 decibel produceren bij een geluidsmeting

  • 9. 
    Welke bewering rond bandenspanning is waar?
    • A. 

      Met een lage bandenspanning bespaar je brandstof

    • B. 

      Met een hoge bandenspanning bespaar je brandstof

    • C. 

      Alleen met de juiste bandenspanning bespaar je brandstof

  • 10. 
    Mag je toeteren of knipperen met de lichten als je kinderen op de weg ziet spelen?
    • A. 

      Nee

    • B. 

      Ja

  • 11. 
    Welke zaken zijn van invloed op je rijvaardigheid? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Roken van een jointje

    • B. 

      Drinken van alcohol

    • C. 

      Vermoeidheid

    • D. 

      Slikken van paracetamol (zonder codeïne)

  • 12. 
    Dit verkeersbord staat voor....
    • A. 

      Niet-verplicht fietspad

    • B. 

      Verplicht fietspad

  • 13. 
    Als je betrokken bent bij een ongeval en het is jouw schuld, dan wordt vaak toch alles vergoed door de verzekering.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 14. 
    De voorrem is de belangrijkste rem op de brommer.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 15. 
    Welke bewering rond groot licht is niet waar?
    • A. 

      Dit mag buiten de bebouwde kom, zolang je ander verkeer niet hindert

    • B. 

      Dit mag zowel binnen als buiten de bebouwde kom, zolang je ander verkeer niet hindert

    • C. 

      Dit mag binnen de bebouwde kom, zolang je ander verkeer niet hindert

  • 16. 
    Welke speciale voorrangsregels gelden niet bij een rouwstoet voorzien van officiële rouwvlaggen? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Een bus die van een halte wil wegrijden, moet een rouwstoet voor laten gaan. Dit geldt zowel binnen als buiten de bebouwde kom

    • B. 

      Weggebruikers moeten op een gelijkwaardige kruising voorrang verlenen aan de volgauto's van een rouwstoet

    • C. 

      Een voetganger op een zebrapad moet een naderende rouwstoet voor laten gaan

    • D. 

      Ook het eerste voertuig van de rouwstoet hoeft zich niet aan de normale voorrangsregels te houden

  • 17. 
    Als je met de bromfiets aan de hand loopt, dan ben je....
    • A. 

      Voetganger

    • B. 

      Bestuurder

  • 18. 
    Een voetganger die bij een zebrapad staat, heeft op elk voertuig voorrang.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 19. 
    Een voorrangsvoertuig mag alleen gebruikmaken van licht- en geluidssignalen als ze een dringende taak moeten vervullen (bijv. spoedvervoer naar het ziekenhuis)
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 20. 
    Je mag even kort bij een bushalte stoppen om de weg te vragen.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 21. 
    De boete voor het vasthouden van een telefoon tijdens het rijden bedraagt EUR.... (vul het juiste getal in)
  • 22. 
    Het maximaal toegestane alcoholpromillage voor bestuurders in Nederland is 0,5. Voor beginnende bestuurders is dit...
    • A. 

      0,01

    • B. 

      0,02

    • C. 

      0,1

    • D. 

      0,2

    • E. 

      0,5

  • 23. 
    Op een rijbaan binnen de bebouwde kom is de maximaal toegestane snelheid voor een bromfiets....
    • A. 

      30 kilometer per uur

    • B. 

      45 kilometer per uur

    • C. 

      55 kilometer per uur

  • 24. 
    Waar staat dit verkeersbord voor?
    • A. 

      Omleiding voor het vrachtverkeer

    • B. 

      Route voor het vervoer van bepaalde gevaarlijke stoffen

    • C. 

      Plaatsbepaling voor wegwerkzaamheden

  • 25. 
    Wat is de belangrijkste oorzaak voor ongelukken in het verkeer?
    • A. 

      Het wegdek

    • B. 

      De bestuurder

    • C. 

      De weersomstandigheden

    • D. 

      De staat van het voertuig

  • 26. 
    Wat is deze persoon waarschijnlijk aan het doen? (Bekijk de foto)
    • A. 

      Tanken

    • B. 

      Oliepeil meten

    • C. 

      Motor afstellen

  • 27. 
    Welke beweringen over dit verkeersbord zijn waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Je moet dicht op elkaar rijden, zodat je snelheidsverschillen tussen voertuigen voor en achter je goed in de gaten kunt houden

    • B. 

      Dit bord waarschuwt voor een steile helling in het wegdek

    • C. 

      Kies een hogere versnelling voor voldoende trekkracht

    • D. 

      Kies een lagere versnelling voor voldoende trekkracht

  • 28. 
    Je bent verplicht om richting aan te geven als je de rotonde verlaat.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 29. 
    Binnen de bebouwde kom moet je voorrang verlenen aan een bus die bij de halte wil wegrijden.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar