Awv Interne Geneeskunde

25 Vragen | Total Attempts: 89

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Awv Interne Geneeskunde

Hier is een korte quiz over de studievragen en over onze presentatie. De studievragen zullen daarna besproken worden aan de hand van de resultaten van deze quiz. De quiz bestaat uit 25 vragen en je hebt er 30 minuten de tijd voor. Voor de winnaar hebben we een prijsje.Veel succes!Dianne, Eelco, Floor


Questions and Answers
  • 1. 
    Als je de lagen van de hartwand bekijkt van binnen naar buiten, in welke volgorde kom je dan de volgende lagen tegen?
    • A. 

      Epicard – Myocard – Endocard - Pericard

    • B. 

      Pericard- Epicard – Myocard – Endocard

    • C. 

      Myocard - Pericard- Epicard –Endocard

    • D. 

      Endocard – Myocard – Epicard - Pericard

  • 2. 
    Welke letter(s) op het ECG weerspiegelt de ventriculaire depolarisatie?
  • 3. 
    Wat is niet waar over een cross-sectioneel onderzoek?
    • A. 

      Legt verbanden tussen oorzaken en gevolgen

    • B. 

      Ziekte en factoren worden tegelijkertijd gemeten

    • C. 

      Kan gebruikt worden om de prevalentie te bepalen

  • 4. 
    Waar staat UMI voor?
    • A. 

      Unusual myocardial infarction

    • B. 

      Unexpected myocardial infarction

    • C. 

      Unsignificant myocardial infarction

    • D. 

      Unrecognized myocardial infarction

  • 5. 
    Wat wordt aangegeven met de pijl op dit ECG?
    • A. 

      Een Q wave

    • B. 

      ST segment elevatie

    • C. 

      T top inversie

    • D. 

      Verlenging S wave

  • 6. 
    Wat voor soort infarct zie je hier?
    • A. 

      STEMI

    • B. 

      NSTEMI

    • C. 

      UMI

    • D. 

      Epicardiaal infarct

  • 7. 
    Welke ECG veranderingen kan je zien bij een NSTEMI?
    • A. 

      ST inversie

    • B. 

      ST elevatie

    • C. 

      ST depressie

  • 8. 
    Bij welk type infarct zie je naderhand vaker een pathologische Q wave op het ECG?STEMI of NSTEMI
  • 9. 
    Hoe kan je een UMI diagnostiseren op een ECG?
    • A. 

      Door de aanwezigheid van een nieuwe ST elevatie

    • B. 

      Door de aanwezigheid van een nieuwe ST depressie

    • C. 

      Door de aanwezigheid van een nieuwe T top inversie

    • D. 

      Door de aanwezigheid van een nieuwe Q wave

  • 10. 
    Op een DE-CMR kan je schade zien veroorzaakt door welke MI's?
    • A. 

      Alleen Q wave MI

    • B. 

      Alleen non - Q wave MI

    • C. 

      Q wave en non-Q wave MI

  • 11. 
    Waar staat RMI voor?
    • A. 

      Riskful myocardial infarction

    • B. 

      Recognized myocardial infarction

    • C. 

      Recurrent myocardial infarction

    • D. 

      Reduced myocardial infarction

  • 12. 
    Kan je bij een ECG bepalen in welk vlak (bv lateral, inferior, anterior) een MI plaatsvindt?
    • A. 

      Ja

    • B. 

      Nee

  • 13. 
    Kan je bij een DE-CMR bepalen in welk vlak (bv lateral, inferior, anterior) een MI heeft plaatsgevonden?
    • A. 

      Ja

    • B. 

      Nee

  • 14. 
    Wat weerspiegelt een Q wave?
    • A. 

      Littekenweefsel/necrose

    • B. 

      Atriale repolarisatie

    • C. 

      De aortaklep

  • 15. 
    Wat voor soort contrastmiddel gebruik je bij DE-CMR?
  • 16. 
    Wat doet een positief contrastmiddel?
    • A. 

      Verkort de T1 tijd

    • B. 

      Verlengt de T1 tijd

  • 17. 
    De pijl met de tekst DE erbij geeft littekenweefsel aan. Door wat voor soort infarct zou dit littekenweefsel veroorzaakt kunnen zijn?
    • A. 

      Een epicardiaal infarct

    • B. 

      Een transmuraal infarct

    • C. 

      Een subendocardiaal infarct

  • 18. 
    Bij welk type infarct is maximaal 50% van het myocard vervangen door littekenweefsel?
    • A. 

      Een epicardiaal myocard infarct

    • B. 

      Een transmuraal myocard infarct

    • C. 

      Een subendocardiaal myocard infarct

  • 19. 
    Bij welk type infarct is de kans op een harttamponade het grootst?
    • A. 

      Een epicardiaal myocard infarct

    • B. 

      Een transmuraal myocard infarct

    • C. 

      Een subendocardiaal myocard infarct

  • 20. 
    Welk deel van de hartwand is het meest gevoelig voor een infarct?
  • 21. 
    Bij welke ziekte is (in het algemeen) verlittekening van het epicard geen complicatie?
    • A. 

      Chagas’ disease

    • B. 

      Sarcoidosis

    • C. 

      Anderson-Fabry’s disease

    • D. 

      Myocard infarct

    • E. 

      Myocarditis

  • 22. 
    Wat voor een afwijking zie je op dit ECG?
    • A. 

      Een Q wave

    • B. 

      Een ST elevatie

    • C. 

      Een T top inversie

    • D. 

      Een ST depressie

  • 23. 
    Welke hartruimte wordt weergegeven met nummer 4?
  • 24. 
    De wand die om welke hartruimte zit, heeft de grootste kans getroffen te worden door een MI?
    • A. 

      1

    • B. 

      2

    • C. 

      3

    • D. 

      4

  • 25. 
    De laatste vraag! Een bonusvraag om de oplettenden onder ons eruit te filteren...Hoeveel van ons (Dianne, Eelco en Floor) gebruiken medicijnen die het vasculaire risico verlagen?
    • A. 

      1

    • B. 

      2

    • C. 

      3