Autoexamen 5

30 Vragen | Total Attempts: 219

SettingsSettingsSettings
Please wait...
Autoexamen 5

Questions and Answers
  • 1. 
    Je voert een bijzondere manoeuvre uit, zoals keren op de weg of inparkeren. Je....
    • A. 

      Moet alle bestuurders voor laten gaan

    • B. 

      Hoeft niemand voor te laten gaan

    • C. 

      Moet alle verkeer voor laten gaan

  • 2. 
    De oplader op deze foto is verbonden met de ..... van de auto, om te helpenmet het starten. (typ het juiste antwoord in)
  • 3. 
    Motorvoertuigen met een maximumsnelheid onder de 60 kilometer per uur mogen in Nederland niet op de autosnelweg rijden.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 4. 
    Waar staat het volgende verkeersbord voor?
    • A. 

      Gevaarlijke overweg (let op de signalen)

    • B. 

      Overweg zonder slagbomen en signalering

    • C. 

      Overweg met twee of meer sporen

  • 5. 
    Welke beweringen over dit verkeersbord zijn niet waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Dit bord waarschuwt voor een steile helling in het wegdek

    • B. 

      Kies een lagere versnelling voor voldoende trekkracht

    • C. 

      Kies een hogere versnelling voor voldoende trekkracht

    • D. 

      Je moet dicht op elkaar rijden, zodat je snelheidsverschillen tussen voertuigen voor en achter je goed in de gaten houden

  • 6. 
    Mistlicht aan de voorzijde van de auto mag branden als het zicht door regen, sneeuwval of mist ernstig wordt belemmerd. er is sprake van ernstig belemmeren als het zicht minder is dan .... meter.
    • A. 

      200

    • B. 

      50

    • C. 

      100

    • D. 

      20

    • E. 

      10

  • 7. 
    Waar staat het volgende verkeersbord voor?
    • A. 

      Pas op voor vissers

    • B. 

      Verboden vlinders te vangen

    • C. 

      Pas op voor zijwind

  • 8. 
    Welke beweringen rond kinderzitjes zijn waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Kinderen tot 18 jaar (die kleiner zijn dan 1,35 meter) moeten achterin altijd gebruik maken van een goedgekeurd zitje of zitting verhoger

    • B. 

      Iedereen die kleiner is dan 1,35 meter moet voorin en achterin altijd gebruik maken van een goedgekeurd zitje of zittingverhoger

    • C. 

      Kinderen tot 18 jaar (die kleiner zijn dan 1,35) moeten voorin altijd gebruikmaken van een goedgekeurd zitje of zittingverhoger

  • 9. 
    Welke beweringen rond de brommobiel zijn waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      De maximumsnelheid voor een brommobiel is 45 kilometer per uur

    • B. 

      Een brommobiel mag niet op het trottoir parkeren

    • C. 

      Om een brommobiel te besturenmoet je in het bezit zijn van een geldig rijbewijs B.

    • D. 

      De gordeldraagplicht is voor een brommobiel niet van toepassing.

  • 10. 
    Waar staat het volgende verkeersbord voor?
    • A. 

      Verboden om te keren

    • B. 

      Eenrichtingsverkeer

    • C. 

      Verboden in te rijden (keer om en ga terug)

  • 11. 
    Als op een meerbaansweg links inhalen niet mogelijk is, dan is het soms toegestaan om een voertuig rechts in te halen (bijv. een file).
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 12. 
    Waar staat dit verkeersbord voor?
    • A. 

      Wegen met veel heuvels

    • B. 

      Waarschuwing voor verkeersdrempels

    • C. 

      Slecht wegdek

  • 13. 
    Wat moet je verplicht bij je hebben in de auto in Nederland? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Gevarendriehoek

    • B. 

      Brandblusser

    • C. 

      Fluorescerende hesjes

    • D. 

      Verbanddoos

    • E. 

      Reserveband

    • F. 

      Krik

  • 14. 
    De maximumsnellheid op een autoweg buiten de bebouwde kom is (tenzij anders aangegeven) ............... kilometer per uur
  • 15. 
    Heb je als voetganger altijd voorrang op aankomend verkeer, ook op een hulpdienst (bijv. politie of brandweer) die licht- en geluidssignalen aanhefet?
    • A. 

      Ja

    • B. 

      Nee

  • 16. 
    Vanadf..... (media)
    • A. 

      1

    • B. 

      2

  • 17. 
    Welke beweringen over het verbod op bellen in de auto zijn niet waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Als je een voertuig bestuurt, dan is het verboden om tijdens het rijden met een telefoon in je hand te bellen

    • B. 

      Ook als je niet aan het bellen bent, kun je een boete krijgen; je mag dus niet sms-en, mobiel internetten of adressen opzoeken

    • C. 

      De boete is vastgesteld op € 180,00

    • D. 

      Dit verbod geldt ook voor fietsers

  • 18. 
    Op een onverharde weg moet je voorrang verlenen aan verkeer dat op een verharde weg rijdt.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 19. 
    Welke beweringen over dit plaatje van een autodashboard zijn waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Het is niet te zien of hij op de handrem staat.

    • B. 

      Er staat 1618 kilometer op de teller, het is zeker weten een nieuwe auto.

    • C. 

      De olie moet worden bijgevuld volgens de meter

    • D. 

      De auto staat stil met de motor op contact

  • 20. 
    Bewering 1: Je bent verplicht om een gevearendriehoek op 30 meter van de auto te plaatsen als het voertuig een obstakel vormt dat anders niet tijdig kan worden opgemerkt. Bewering 2: Maar je hoeft niet verplicht een gevarendriehoek in je auto mee te nemen.
    • A. 

      Beide beweringen zijn waar

    • B. 

      Bewering 2 is waar, bewering 1 is niet waar

    • C. 

      Bewering 1 is waar, bewering 2 is niet waar

    • D. 

      Beide beweringen zijn niet waar

  • 21. 
    Hoe vaak moet je minimaal je bandenspanning comtroleren voor een optimale veiligheid?
    • A. 

      Een keer per jaar

    • B. 

      Een keer per maand

    • C. 

      Een keer per week

    • D. 

      Een keer per kwartaal

  • 22. 
    Hoe wordt de voorrangsregel binnen een erf toegepast?
    • A. 

      Alle bestuurders van rechts hebben voorrang

    • B. 

      Alle verkeer van zowel rechts als links heeft voorrang

    • C. 

      Alle verkeer van rechts heeft voorrang

  • 23. 
    Alleen als een ambulance de optische en geluidssignalen voert, wordt het gezien als voorrangsvoertuig.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 24. 
    Het maximaal toegestane alcoholpromillage in Nederland is 0,5. Voor beginnende bestuurders is dit...
    • A. 

      0,01

    • B. 

      0,02

    • C. 

      0,1

    • D. 

      0,2

    • E. 

      0,5

  • 25. 
    De meeste dodelijke ongevallen gebeuren op .....
    • A. 

      100/120 kilometerwegen

    • B. 

      80 kilometerwegen

    • C. 

      50 kilometerwegen

  • 26. 
    Buiten de bebouwde kom moet je voorrang verlenen aan een bus die bij de halte wil wegrijden.
    • A. 

      Waar

    • B. 

      Niet waar

  • 27. 
    Welke autopapieren moet je verplicht in de auto bij je hebben? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Een geldig kentekenbewijs

    • B. 

      Een geldig rijbewijs

    • C. 

      Een geldig verzekeringsbewijs

    • D. 

      Een geldig keuringsbewijs

  • 28. 
    Welke beweringen rond haaientanden zijn niet waar? (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Deze voorrangsregel geldt niet voor fietspaden

    • B. 

      Je hoeft niet volledig tot stilstand te komen voor haaientanden

    • C. 

      Als je haaientanden nadert, dan moet je voorrang verlenen aan het verkeer op de kruisende weg

  • 29. 
    Parkeren en stilstaan is verboden..... (meerdere antwoorden mogelijk)
    • A. 

      Net voor of in een gevaarlijke bocht

    • B. 

      In een tunnel

    • C. 

      Op minder dan 5 meter vóór en voorbij de oversteekplaatsen voor voetgangers of voor fietsers

    • D. 

      Op een spoorwegovergang

    • E. 

      Op een kruispunt, busstrook, fietsstrook of verdrijvingsvlak

    • F. 

      Op minder dan 12 meter van een bushalte

    • G. 

      Langs een gele doorgetrokken streep