Wat Voor Europeaan Ben Jij?

4 Vragen

Please wait...
Wat Voor Europeaan Ben Jij?

Welk Europa zie jij voor je en met welke bekende Europeaan ben jij het meest verwant? Beantwoord de volgende vier vragen en check of je Europese hart het meest synchroon klopt met dat van de Brit David Cameron, de Italiaan Silvio Berlusconi, onze premier Mark Rutte of de Duitse Angela Merkel.  NB: Deze actie is inmiddels gesloten. Je kunt geen kans meer maken op de publieksprijs.


Questions and Answers
  • 1. 
    Europa: waarom het begon. Dat het praktisch kan zijn om als klein kikkerlandje samen te werken met grote landen waar je wat kunt verhandelen, dat leek de Nederlanders wel wat. Zeker als je daarmee de wapenhandel kon beteugelen. Het idee van samenwerken werd na de Tweede Wereldoorlog gebruikt om er voor te zorgen, dat er nooit meer oorlog tussen Europese landen gevoerd zou worden. De landen Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië begonnen met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Kolen en staal waren toen de grondstoffen om wapentuig te maken. Door samen te werken, kon je elkaar controleren en werd er geen oorlog meer gevoerd. Vraag 1: Als jij in 1951 (het jaar van de oprichting van de EGKS ) in ons land aan het roer had gestaan, wat zou jij dan gedaan hebben?
    • A. 

      Europese samenwerking? Waarom kijken we niet naar Amerika? Dat zijn immers de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog; zij zijn veel sterker dan de kleine Europese landen.

    • B. 

      Samenwerking is goed voor de handel. We moeten vooral inzetten op het weghalen van handelsbelemmeringen, dan kunnen we ons land weer opbouwen

    • C. 

      Een initiatief van België, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland dat vrede garandeert tussen Europese landen is uitstekend. Nooit meer oorlog! Bovendien is vrede goed voor de handel. We moeten dit doen en een voortrekkersrol spelen.

  • 2. 
    Europa: vandaag de dag. Het Europa vandaag de dag telt 28 landen, een stuk meer dan de oorspronkelijke zes van de EGKS. Ieder land levert een Eurocommissaris en leden in het Europees Parlement. Zo heeft Nederland Neelie Kroes als eurocommissaris en 26 leden in het Europees Parlement. Ministers of staatssecretarissen van alle lidstaten praten mee in de Europese Raad. Naast de 28 landen is Europa een bont geheel van regio’s, instanties en belangen. Met 28 landen die in 23 talen vanuit verschillende plaatsen op het continent opereren. Uiteraard regeert dan het compromis. Over een aantal onderwerpen heeft de EU niets te vertellen. Er is geen gemeenschappelijk defensiebeleid bijvoorbeeld. Als lidstaten hun veto over een onderwerp uitspreken, mag Europa er niets over zeggen. Vraag 2: Over welk onderwerp zou jij als Europeaan echt op je strepen staan?
    • A. 

      Vrije handel tussen alle 28 landen is prachtig, het verdelen van de dertig Europese instellingen onder alle lidstaten prima. Maar die Euro, die komt er niet in.

    • B. 

      Europese samenwerking is goed, maar wij blijven de baas over onze pensioenen.

    • C. 

      Bij een voorstel over een gezamenlijk buitenlands beleid, zetten wij onze veto in.

    • D. 

      De landbouwsubsidies zijn voor mij heilig. Zonder die subsidies gaan de boeren failliet en stijgen de prijzen in de supermarkten. Dat kunnen de burgers niet betalen.

  • 3. 
    Europa: de standplaats. Instellingen van de Europese Unie hebben verschillende standplaatsen. De Europese Commissie is in Brussel gevestigd, de Europese Centrale Bank in Frankfurt (Duitsland), het Europese Gerechtshof in Luxemburg. En het Europees Parlement vergadert afwisselend in Brussel (België) en Straatsburg (Frankrijk). Met name dit laatste levert veel kritiek op. Vraag 3: Waar zou jij de standplaats van het Europees Parlement vestigen? 
    • A. 

      Al zou het sluiten van de gebouwen in Straatsburg het meest voor de hand liggen, ik geef er de voorkeur aan het te laten zoals het is. Een dergelijk besluit zou namelijk de verhoudingen tussen Duitsland en Frankrijk negatief kunnen beïnvloeden; behoud van een sterke Duits-Franse as is voor ons van levensbelang.

    • B. 

      Ik zou het in Rome vestigen. Rome is immers de stad van de keizers en de paus. Het is de bakermat van de Europese cultuur.

    • C. 

      Laten we pragmatisch zijn. In Brussel zetelen ook al de Europese Commissie en tal van andere Europese instanties, in Straatsburg niet. Ik zou daarom Straatsburg als standplaats opheffen.

  • 4. 
    Europa: wat doet ze voor jou? Europa is van grote invloed op ons dagelijks leven, al merken we dat misschien niet altijd. De manier waarop we omgaan met water, met plattelandsontwikkeling, landbouw of energieverbruik; het is allemaal op basis van Brusselse wet- en regelgeving. Daarnaast stuurt Brussel ontwikkelingen in de lidstaten via het beschikbaar stellen van fondsen. De Overijsselse economische topsectoren -  zoals chemie, farmacie en kunststoffen en life science en health – kunnen steun uit Brussel krijgen. In de periode van 2007 tot 2013 kregen deze sectoren ongeveer € 280 mln. Hetzelfde geldt voor de landbouwsubsidies; in dezelfde periode ontving Overijssel hiervoor ongeveer € 100 mln. En voor INTERREG, het Europese programma dat grensregio’s bij grensoverschrijdende samenwerking ondersteunt, werd voor Nederland ruim € 200 mln uitgekeerd.  Vraag 4: Waar ligt voor jou het grootste belang bij Europa? 
    • A. 

      De Europese richtlijnen op het gebied van bijvoorbeeld water of luchtkwaliteit kunnen grote consequenties hebben voor de lidstaten en alle Europese regio’s. Het is daarom maar goed dat naast de lidstaten ook de regio’s in Brussel actief zijn. De kantoren van de vertegenwoordigingen van de Duitse grensgebieden liggen vlakbij dat het Huis van de Nederlandse Provincies. Zo zitten de regio’s dicht bij het vuur, om hun kennis in te brengen bij het ontwikkelen van de regelgeving.

    • B. 

      Europa zou vooral moeten investeren in regio’s, waar het economisch goed gaat. Door bijvoorbeeld te investeren in een betere infrastructuur kan het goede van zo’n regio ook naar de economisch zwakkere regio’s gebracht worden. Zij profiteren er dan ook weer van.

    • C. 

      Europa moet vooral in de zwakkere regio’s investeren, de rijke regio’s hebben het al goed genoeg. Het kan toch niet zo zijn dat de rijken in Europa steeds rijker en de armen steeds armen worden?

    • D. 

      Europese steun zou vooral naar regio’s met veel historisch en cultureel erfgoed moeten gaan. Denk aan de landhuizen met de grote tuinen of de gebouwen uit de tijd van de industriële revolutie. Dat levert ook weer meer opbrengsten uit het toerisme op.