3m H2 Krachten Proeftoets

11 Vragen | Total Attempts: 47

SettingsSettingsSettings
Please wait...
3m H2 Krachten Proeftoets

Maak deze proeftoets serieus en kijk of je klaar bent voor de echte toets


Questions and Answers
  • 1. 
    Op een voorwerp werkt een zwaartekracht van 37 N. Dit voorwerp heeft een massa van:
    • A. 

      0,37 kg

    • B. 

      3,7 kg

    • C. 

      37 kg

    • D. 

      370 kg

  • 2. 
          Hoe groot is de kracht die op de krachtmeter van figuur 1 werkt?
    • A. 

      0,55 N

    • B. 

      0,45 N

    • C. 

      5,5 N

    • D. 

      4,5 N

  • 3. 
    Op een voorwerp in rust werken de zwaartekracht en de normaalkracht. Hoe groot is de normaalkracht en in welke richting werkt deze kracht?
    • A. 

      De normaalkracht is even groot als de zwaartekracht en werkt naar beneden.

    • B. 

      De normaalkracht is even groot als de zwaartekracht en werkt naar boven.

    • C. 

      De normaalkracht is groter dan de zwaartekracht en werkt naar beneden.

    • D. 

      De normaalkracht is groter dan de zwaartekracht en werkt naar boven.

  • 4. 
         In de bijgaande figuur is een hefboom getekend. Aan de rechterkant hangt 60 N op een afstand van      75 cm van het draaipunt. Aan de linkerkant wordt op 25 cm van het draaipunt een gewichtje gehangen.
    • A. 

      20 N

    • B. 

      40 N

    • C. 

      60 N

    • D. 

      180 N

  • 5. 
    Joris wil een doos met een massa van 40 kg optillen. Hij tilt met een kracht van 500 N. In welke richting werkt de nettokracht en hoe beweegt de doos?
    • A. 

      Netto kracht gericht naar beneden, doos blijft stilstaan

    • B. 

      Netto kracht gericht naar beneden, doos valt naar beneden

    • C. 

      Netto kracht gericht naar boven, doos blijft stilstaan

    • D. 

      Netto kracht gericht naar boven, doos komt van de grond

  • 6. 
    Hieronder worden twee beweringen gedaan.       Bewering 1: Krachten kun je zien.       Bewering 2: De effecten van een kracht kun je soms zien.
    • A. 

      Beide beweringen zijn waar.

    • B. 

      Bewering 1 is waar en bewering 2 is niet waar.

    • C. 

      Bewering 2 is waar en bewering 1 is niet waar.

    • D. 

      Beide beweringen zijn niet waar.

  • 7. 
    De krachten op een hefboom kun je uitrekenen met de hefboomregel. Wat is de goede hefboomregel?
    • A. 

      Kracht links x kracht rechts = arm-l x arm-r

    • B. 

      Kracht links : kracht rechts = arm-l : arm-r

    • C. 

      Kracht links x arm-l = kracht rechts x arm-r

    • D. 

      Kracht links : arm-l = kracht rechts : arm-r

  • 8. 
    Een baksteen wordt op drie manieren op de vloer gezet. Zie figuur. De baksteen oefent steeds druk uit op de grond. Wat kun je zeggen over de druk in deze drie situaties?
    • A. 

      De druk is bij 1 het grootst en bij 2 het kleinst.

    • B. 

      De druk is bij 2 het grootst en bij 3 het kleinst.

    • C. 

      De druk is bij 1 het grootst en bij 3 het kleinst.

    • D. 

      De druk is in alle drie de situaties even groot.

  • 9. 
     In de figuur zie je vier grafieken.   Welke grafiek geeft het verband tussen de kracht op, en de uitrekking van een veer weer?
    • A. 

      Grafiek 1

    • B. 

      Grafiek 2

    • C. 

      Grafiek 3

    • D. 

      Grafiek 4

  • 10. 
    Je wilt de zwaartekracht op een voorwerp tekenen. Het voorwerp heeft een massa van 250 g. De krachtenschaal in de tekening is 1 cm  =^  2 N. Hoe lang wordt de pijl?
    • A. 

      1,25 cm

    • B. 

      2,5 cm

    • C. 

      12,5 cm

    • D. 

      25 cm

  • 11. 
    Een tractor moet door een drassig gebied rijden. Wat voor banden kun je dan het beste gebruiken?
    • A. 

      Kleine smalle banden

    • B. 

      Kleine brede banden

    • C. 

      Grote smalle banden

    • D. 

      Grote brede banden

Back to Top Back to top